Naar aanleiding van mijn eigen top 10 van reisbestemmingen verscheen hier een berichtje over op reis gaan. En sindsdien ben ik de film van mijn reisgeschiedenis aan het afdraaien in mijn hoofd. Ik deel die graag met u.
De eerste reis van mijn leven was naar Spanje, denk ik. Toen ik een kleuter was. Met mijn ouders, mijn oudste broer en mijn oma. Het enige wat ik me van die reis herinner is dat een ander kind op het strand mijn emmertje had afgepakt. Jaren later vertelde ik dat eens aan mijn moeder en die bevestigde het verhaal. Alleen konden ze niet ‘bewijzen’ dat dat emmertje van mij en niet van dat kind was.
Later trokken we met het gezin enkele keren naar Zwitserland. Intersoc-vakanties. Op een van die reizen staken we met een groep kinderen een straat over en op dat moment reed een auto, die stond te wachten om af te slaan, ineens door. Een heel onoplettende automobiliste. Mijn broer, die een jaar of twaalf was, liep daardoor een dubbele openbeenbreuk op. Dat ongeval, waar ik dus getuige van was, heeft een heel diepe indruk op me gemaakt. Jarenlang spurtte ik de straat over als ik ergens moest oversteken. En ik heb nog altijd de neiging om mijn kinderen aan te manen om niet te treuzelen bij het oversteken.
In Bulgarije leerde ik mijn eerste echte pennevriendin kennen. We hebben enkele jaren met elkaar geschreven. Tot zij puber werd en ik nog steeds een kind was. Het kleine leeftijdsverschil van 2 jaar was toen onoverkomelijk. Tot mijn grote ontgoocheling doofde de pennevriendschap uit. Jaren later hebben we de draad nog eens proberen op te pakken, maar dat is mislukt. En nog eens jaren later zag ik haar toevallig plots op het televisiescherm, als deelneemster aan die quiz met Bruno Wyndaele, de Premiejagers, samen met haar vader.
In mijn tienerjaren gingen we nog eenmaal op vakantie met het gezin. Naar Bretagne. En we zijn ook ooit eens in Parijs geweest. Maar echte reizigers waren mijn ouders niet.
In mijn tienertijd begon ik zonder mijn ouders te reizen.
De eerste jaren vooral naar Spanje. Het dorp waar ik woonde, verbroederde met een dorpje in Andalusía. En dus trok ik daarheen met een groep mensen uit mijn dorp. Jarenlang ben ik daar minstens een keer per jaar geweest. Ik heb er ontzettend veel plezier gehad, veel gezien, veel beleefd. Vriendschappen gesloten waarvan ik dacht en hoopte dat ze voor het leven zouden zijn, maar die helaas met de jaren verwaterd of verdwenen zijn. Ik denk nog geregeld met veel heimwee terug aan die onbezorgde, vrolijke tijd.
Toen ik 17 jaar was, ging ik voor het eerst skiën. Een taalvakantie met mijn broers en twee nichtjes en een neef. Gelukkig mocht ik als beginneling beneden op de hellingen blijven, want het was steenkoud boven. -27°C.
Het jaar daarna gingen we nog eens. En ben ik een keer op mijn hoofd gevallen, waarna ik voort ben afgedaald, zonder me achteraf te herinneren hoe ik beneden was geraakt. Een echte black-out. Bizar en een beetje griezelig.
Toen ik 18 jaar was, vloog ik met mijn jongere broer naar New York. Een nicht van ons woonde daar toen en we gingen bij haar logeren. Twee weken New York…. Het was werkelijk fantastisch. New York staat op mijn lijst van bestemmingen waar ik ooit nog eens terug naartoe wil. Ik heb de Twin Towers trouwens nog bezocht. Ik blijf het nog altijd een vreemd idee vinden dat ze er niet meer zijn.
Tijdens mijn studententijd reisde ik nog steeds bijna jaarlijks naar Spanje.
Maar ik ging ook naar Italië, met een vriendin, een vriend en een vriend van de vriend. Met de Mercedes van de moeder van de vriendin, waar we om de beurt mee reden, terwijl ik pas mijn rijbewijs had. En het was een diesel, terwijl ik gewend was om met een benzine te rijden. Ik viel dus om de haverklap stil, zelfs op de drukste kruispunten in Italiaanse steden. De heenreis deden we met twee, want de jongens hadden tweede zit en konden pas later vertrekken. Het stikte daar van de algen in het water. En van de muggen, geloof ik. We stonden op de scheve toren van Pisa, die niet lang daarna gesloten werd om hem te kunnen stutten. Op een dag bezochten we Firenze. We liepen rond in de Dom en ineens stond mijn broer voor mijn neus. Dat was een ongelofelijk toeval. Een van de jongens met wie wij op reis waren, was van studierichting veranderd en had het jaar voordien bij mijn broer en de vriend met wie hij op reis was, in het jaar gezeten. De vriend van mijn broer zei: “Goh, kijk, daar! Die zat vorig jaar toch in ons jaar? En is dan x gaan studeren?” Waarop mijn broer doodnuchter zei: “Ja. En die is met mijn zus op reis. Dus die moet hier dan ook ergens rondlopen.” Ik wist niet eens dat hij in Italië was!
Ik ging ook naar Moskou, toen mijn beste vriendin daar een jaar studeerde. Dat was een fantastische reis. Ze liet me Moskou zien. We reisden met de nachttrein, in de goedkoopste couchette, tussen de Russen, naar Sint-Petersburg. Sliepen daar bij Russen. Kwamen na middernacht uit een operazaal terwijl het nog licht was. Het was eind juni. Omdat we een Russische studentenkaart hadden (zij die van haar, ik die van een vriend van haar die net even of definitief naar huis was, dat weet ik niet meer), konden we daar vrij rondreizen. Ik herinner me de metro daar. Lettertekens waar ik niets van begreep. Ik herinner me de bontmutsen die we er kochten, tegen een belachelijk lage prijs omdat het bijna zomer was. En Assepoester en de zeven dwergen, die allemaal in elkaar schoven, zoals die Babouskapoppetjes. En het mooiste schilderij van Van Gogh dat ik ooit gezien heb.
In die periode deed ik trouwens een stage in Nederland. En bezocht ik Den Haag en Amsterdam. Geraakte ik heel goed bevriend met een jaargenoot, die ik helaas ook uit het oog verloren ben. Echt jammer. Daar in Nederland heb ik het recept van deze heerlijke kaastaart gekregen.
En ik ging met Erasmus naar Spanje. Heerlijk. Heerlijk. Heerlijk.
Ik reisde een maand door Zuid-Afrika, Zimbabwe en Botswana met een groep jaargenoten + wat uitbreiding. Met 11 waren we. Ik kampeerde voor het eerst. Daar heb ik mijn hart verloren aan Afrika. Sindsdien vind ik dieren in een dierentuin nog zieliger dan tevoren. En staat Afrika hoog op mijn lijst van vakantiebestemmingen. En heb ik ontdekt dat ik wel een erg sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel heb. Maar dat is een ander verhaal.
In mijn studententijd ben ik nog eens een keertje gaan skiën. En was er een citytrip naar Londen. En een daguitstapje naar Parijs, met de vriendin met wie ik naar Italië was gereden en die nu voor haar vader papieren moest gaan afgeven in Parijs. En er was een trip van enkele dagen naar de Provence. Een vriend van een vriendin reed. De hele nacht door. ‘s Morgens gingen we twee vriendinnen van hen, die daar al langer rondtrokken, oppikken aan het station. En toen we uit de stationshal kwamen, hoorden we het alarm van de auto loeien. Raampje ingeslagen. Rugzakje met fototoestel van de vriendin weg. Bah.
Voor ik begon te werken trok ik een dikke drie weken met een vriendin door Mexico, een land waar ik mijn hart niet echt aan verloren heb. Mooi, indrukwekkend soms, maar de bevolking sprak me minder aan.
Daarna volgde nog een prachtige reis door Engeland, met de vriendin van de Moskoureis. Ik herinner me dat ik er, net als in Zuid-Afrika, kookboeken kocht. En dat ik verwonderd was dat alles zo mooi groen was, dat ik betoverd werd door de uitgestrekte, groene weiden en de kuddes schapen en de prachtige tuinen. Dat ik Bath en de rondleiding met koptelefoons door de Romeinse baden indrukwekkend vond. Dat ik dol was op de bed-and-breakfastformule.
De vriendin en ik trokken ook nog samen door de Loirestreek. De prachtige kastelen met hun eeuwenoude geschiedenis spraken me echt aan. Een stuk van de wereld dat ik zeker aan mijn kinderen wil laten zien.
En toen, toen leerde ik manlief kennen. Een coup de foudre. Een dikke maand later vormden we een koppel. En nog eens twee weken later deelden we onze ouders mee dat we beslist hadden om te trouwen en legden we een feestzaal vast. Een jaar later zijn we getrouwd. Intussen maakten we een citytrip naar Londen en reisden we naar Spanje om een huwelijksfeest bij te wonen. We logeerden in een prachtige parador in Arcos de la Frontera. En we planden een reis naar Zuid-Afrika. Die we moesten annuleren omdat een belangrijk project op manliefs werk vertraging had opgelopen. En we legden onze huwelijksreis naar Sri Lanka vast. Een prachtige, prachtige reis.
Tien maanden later werd zoonlief geboren. Twee maanden later stapten we op het vliegtuig naar Lissabon. Manlief moest daarnaartoe voor zijn werk en we konden bij zijn Portugese collega logeren. Zoonlief besloot er ineens door te slapen. (Tot we weer thuis waren, toen was het meteen weer gedaan.) Zoonlief maakte er kennis met het strand en met wildvreemde Portugese vrouwen die op straat in zijn wangen kwamen knijpen omdat hij altijd lachte. Ik maakte kennis met de Pastéis de Belém, de heerlijkste pasteitjes die ik ooit heb gegeten. Die zouden zó mijn koekjeswedstrijd winnen.
De terugvlucht naar huis werd geannuleerd. We zaten een hele tijd vast op de luchthaven, maar zoonlief gedroeg zich toen al voorbeeldig en was de ster van de stewardessen. We landden uiteindelijk uren later dan voorzien. Het was intussen onze huwelijksverjaardag, maar dat waren we met al het wachten en overstappen helemaal vergeten.
Een maand of zes later moest manlief voor het werk naar Madrid en vloog ik mee, zonder zoonlief. Ik liet hem voor het eerst achter en vond dat vreselijk. Ik miste hem verschrikkelijk. Ik wou hem zelfs niet aan telefoon horen kraaien, want dan begon ik prompt te huilen. Toen ik thuiskwam – manlief moest daar nog enkele dagen blijven werken – stonden mijn schoonouders me op te wachten in de luchthaven en zoonlief leek me niet direct te herkennen. Mijn hart bloedde.
Een maand of zeven later werd dochterlief geboren. Een week of zeven later reisde ik met manlief mee naar Wenen. Dochterlief kreeg nog borstvoeding en ik at elke namiddag een stuk apfelstrüdel en dronk warme chocomelk terwijl zij melk dronk. We bezochten kerstmarkten en wandelden en wandelden en wandelden.
14 maanden later werd de tweede zoon geboren. Het was een vermoeiende periode. Dochterlief bleek met een speciale handleiding geleverd te zijn en dat werd voor ons steeds duidelijker en steeds vermoeiender. De jongste zoon namen we niet mee op reis na een tweetal maanden. Hij mocht toen hij zes weken oud was 5 dagen naar het ziekenhuis met zijn moeder, omdat hij een nierinfectie had opgelopen. Ik merkte dat er iets mis met hem was omdat hij na een voeding wat kreunde en piepte. Kunt u dat geloven? Verder hoorden we hem nooit. Toch waren we in de zomervakantie toe aan een rustpauze. We vertrokken weer naar Portugal. Het was een mooie, ontspannende reis. Een van de eerste dagen hebben we een dag aan het zwembad gelegen. Ik, die helemaal niet van zonnen hou, draaide mijn ligzetel mee met de zon en bracht de dag door met lezen, puzzelen en borduren en af en toe eens een plons in het zwembad. Daarna trokken we wat rond en eindigden we bij onze vrienden in Lissabon. Helaas kregen we daar op een avond het bericht dat mijn vader van een ladder was gevallen en in coma lag. We braken onze reis af. Een nacht heeft nog nooit zo lang geduurd. Als je maar op twee uur vliegen van huis bent, denk je dat je op twee uur weer thuis bent. Helaas bleek dat niet zo te zijn. We moesten tot de volgende dag wachten op twee vrije plaatsen in een vliegtuig.
Nog geen jaar later werd de jongste dochter geboren. Enkele maanden later maakten we op aanraden van onze toenmalige buurman die een reisbureau heeft en vooral incentives organiseert, een citytrip naar Praag. De citytrip van verspilde moedermelk, een fantastische rondleiding door de stad met een heel goeie gids, de aankoop van een megagroot houten mens-erger-je-niet-spel dat al veel dienst heeft gedaan, een heerlijk Italiaans restaurant, een prachtig hotel.
En de volgende winter vertrokken we op skivakantie. Dat is intussen een jaarlijkse gewoonte geworden. We hebben daar fantastische vrienden leren kennen. (Die bevriend bleken te zijn met mensen die wij kenden. Die gemeenschappelijke vrienden zijn nu met hun kinderen een wereldreis per boot aan het maken – ik ben altijd wat jaloers als ik hun blogberichten lees.) De man deed in zijn vrije tijd mee aan triatlons. Enkele maanden later reden we naar Frankfurt om te supporteren en in oktober van dat jaar vlogen we naar Hawaii om hem aan te moedigen toen hij deelnam aan de Ironman. Waanzinnig was dat. Tien dagen naar Hawaii, met mensen die we nauwelijks een half jaar kenden. Geen idee trouwens waarom iedereen zo lyrisch doet over Hawaii. Wij waren niet echt onder de indruk van Big Island en Maui. Wel over de voorvallen tijdens de reis. De vader van onze vriend die vlak voor hij terug naar België reisde (wij bleven nog wat langer) een zakmes uit zijn handbagage haalde. Bleek dat hij dat in de heenreis ook al op zak had én de strenge controle in Heathrow doorstaan had. Hij was zelfs uit de rij gehaald om zijn handbagage handmatig te doorzoeken en niemand had dat mes ontdekt. Ongelofelijk toch. Verder hebben we een halve dag op de tarmac van een klein luchthaventje op Big Island gezeten. We moesten een binnenvlucht naar Maui nemen, maar de piloot bleek de avond tevoren met zijn vliegtuigje te zijn neergestort, boven het landgoed van Oprah Winfrey. De organisator van onze binnenvlucht was op zoek naar een andere piloot, maar omdat die organisator een charlatan en oplichter bleek te zijn, liep dat niet van een leien dakje, wat aanleiding gaf tot de meest bizarre conversaties uit verveling en frustratie. Maar we zijn er toch geraakt. En sliepen daar in een soort condo waar de vrachtwagens die passeerden, leken binnen te rijden. Zo gehorig was dat ding. Niet dat het stoorde, want we hadden een heel fijne reis. En we hebben een diep respect gekregen voor triatleten.
De eerste zomervakantie met de kinderen was een korte vakantie naar Spanje om het huwelijk van vrienden/collega’s van manlief bij te wonen. Een Belgisch-Spaans huwelijk. De eerste vliegreis die onze kinderen bewust meemaakten. Met onze dochter met handleiding niet zo evident, maar we hadden ons goed voorbereid, met een draaiboek, en we kregen veel hulp van de andere Belgische gasten en het was een fijne reis. De jongste zoon belandde er wel op de spoedgevallendienst nadat hij een klink, zo’n typisch Spaanse klink, tegen zijn hoofd had gekregen (u kent dat wel, twee kinderen spelen, lopen achter elkaar, de ene probeert de deur open te trekken, de andere houdt ze tegen en laat dan toch plots los), maar behalve een charmant litteken boven zijn wenkbrauw heeft hij daar niets aan overgehouden.
We zijn nog een keer teruggekeerd naar Portugal, voor het huwelijk van een Belgische en een Portugese collega van manlief. Het was vreemd daar terug te zijn. Maar het deed goed.
En we zijn eens een weekendje in Maastricht geweest, met een cadeaubon. Puur genieten.
Twee jaar geleden ben ik met manlief mee naar Canada kunnen reizen, toen hij daar moest zijn voor zijn werk. Het was winter en Toronto kreeg af te rekenen met de ergste sneeuwval in jaren. We werden uitgenodigd op een ijshockeymatch en schoven daar voorzichtig naartoe. Om terecht te komen in een praktisch leeg stadion door de sneeuw. We hebben de Niagarafalls bezocht. Magnifiek. En ik kocht er scrapboeken. En leesboeken. En een geweldige sportbroek van Nike. En ik dronk elke dag een smoothie. En werd er helemaal opgemaakt door een vriendelijke verkoopster. En mocht gratis in business vliegen, dankzij de gespaarde mijlen van manlief. Met ligzetels. En een douche bij de tussenlanding in Londen. En een rustige lounche om te wachten.
Canada staat ook mijn lijst. Manlief is ooit in Vancouver geweest en is heel enthousiast over die stad.
De afgelopen zomervakanties mochten we in het appartement van mijn schoonouders aan de kust verblijven. Dat zijn weken waarin ik echt niet werk, niet kan werken omdat er geen internetverbinding is. En dat is enorm rustgevend. We maken wandel- en fietstochten met de kinderen. Doen mee met een fietszoektocht. Eten ijsjes. Kopen snoep aan een kraam. Laten de kinderen eens met een gocart rijden. Gaan naar het strand. Lezen. Genieten.
Vorig jaar ben ik voor het laatst met manlief alleen op reis geweest. Een weekje naar Singapore en Maleisië, om vrienden te bezoeken. Een droomvakantie. Maar toch hebben we daarna min of meer besloten om geen relatief lange, verre reizen meer te maken zonder kinderen. De kinderen willen steeds liever mee. Dochterlief wordt ouder en we krijgen haar handleiding steeds beter onder de knie. De jongste dochter kan nu ook lezen. Dat helpt om zich te kunnen bezighouden onderweg. We hebben anderhalf jaar geleden een citytrip naar Parijs ondernomen en dat viel heel goed mee. Het is dus de bedoeling om in de toekomst wat meer te gaan reizen met de kinderen. Een citytrip naar Rome of Barcelona, op trektocht door Namibië, met de mobilhome door Schotland (al vrees ik dat dat niet te doen is, met zes in een mobilhome), dwars door de Verenigde Staten en/of Canada, de kastelen van de Loire… We dromen voort.
En waar ik nu benieuwd naar ben, is of iemand tot het einde doorgelezen heeft. Lijkt me erg onwaarschijnlijk.
Update: Bij het lezen van de reacties besefte ik dat ik inderdaad al heel wat gereisd heb. En dan ben ik nog vergeten te vermelden dat ik voor mijn werk ooit in Oostenrijk, Buenos Aires, nog een keer in Firenze en in Istanboel ben geweest. Door het feit dat ik daar moest werken, heb ik die steden natuurlijk niet zo bezocht zoals ik anders zou doen.
Maar ik wil zeker terug naar Istanboel. Die stad heeft me betoverd, vanaf het moment dat ik op de luchthaven in een taxi stapte en de zoete geuren me tegemoet kwamen terwijl we de stad in reden. Het is de enige keer geweest dat iemand me op vakantie probeerde op te lichten. Een taxichauffeur, die verkeerd wou teruggeven, met niet meer gebruikte bankbiljetten. Gelukkig durfde ik blijven aandringen en ben ik geen geld kwijt geraakt.
En in Argentinië - enfin, Buenos Aires dus, van de rest van Argentinië heb ik helaas niets gezien - miste ik mijn man en kinderen heel erg. Maar daar heb ik dan weer in het beste en zachtste bed ooit geslapen. En de lekkerste steak ooit gegeten, hoewel ik normaal gezien niet van steak hou.
Ja, dat reizen voor het werk had zo zijn voordelen.