h1

Vijf minuutjes bij de bank

29 maart 2016

Vandaag bij de bank. Ik zit te wachten tot het mijn beurt is. Aan het loket staat een vrouw, met naast haar een kind, 6 jaar oud, schat ik. Een pop in de handen, een rokje met legging eronder, én – top of the bill – blinkende schoentjes met een riempje over de wreef en een klein hakje. Ze draait parmantig rond, gaat op de tippen staan, dan weer op één hak. Ze kan niet goed blijven stilstaan, ze zet haar ene voet op de andere, kantelt haar ene voet soms naar buiten. Ze kijkt af en toe naar me, met licht gebogen hoofd, onder haar wimpers door, met een blik van “Heb je me gezien?” (vrije interpretatie van mijn kant). Ze wil zo graag groot zijn, maar ziet er tegelijkertijd nog een ontzettend klein kind uit. Haar moeder heeft het druk, heeft van alles te vragen en te bespreken met de loketbediende. Plots gaat het over het overzetten van geld van een rekening naar een andere, nieuwe rekening. De aandacht van het kind wordt getrokken. Het gaat blijkbaar over haar geld, op haar spaarrekening. Ze begint te dreinen tegen haar moeder. Ik versta niet wat ze zegt, maar de moeder antwoordt zo luid dat ik de teneur van het gesprek kan volgen. “Nee, je centjes gaan niet weg.” en “Nee, wij gaan die niet gebruiken.” en “Maar nee, we gaan die centjes nog altijd heel veel centjes laten worden zodat jij later een auto kan kopen.” en “Voor een huis zal je toch nog eens naar de bank moeten komen.” en “Nee, we gaan de centjes op een nog mooiere rekening zetten, zodat het nog meer centjes kunnen worden.” en “Ja, dat zijn jouw centjes en die van … kunnen daar nu ook bij.”
Ik vind het een beetje een bevreemdende conversatie. Het kind dat zich duidelijk opwindt over hààr geld en hààr rekening. Ze ziet eruit als een kleuter, gedraagt zich als een kleuter, maar praat over geld en een eigen rekening en bezittingen alsof ze een volwassene is (of naspeelt?).
Ik vraag me af hoe ik met dat soort dingen omging toen mijn kinderen kleiner waren. En besef dat ik er nog altijd een hekel aan heb om over geldzaken te praten of te horen praten. Dat is altijd zo geweest. Als de kinderen zich in mijn ogen te materialistisch gedragen, kap ik dat af, denk ik. Dit soort conversaties heb ik dan ook nooit gehad met mijn kinderen. Die wisten op die leeftijd niet eens dat ze een spaarrekening hadden.
Ik besef weer dat opvoeding toch veel bepaalt. De keuzes die je maakt. De dingen die je we wel of niet bespreekt, waar je je wel of niet voor open stelt. Wat je wel of niet stimuleert of afremt bij je kinderen.

Terwijl ik zo zit te mijmeren, komt er een vrouw binnen. “Zit u hier te wachten?” vraagt ze. “Ja,” antwoord ik. “Oh, en ik sta maar buiten aan het loket te wachten,” zegt ze, terwijl ze naast me gaat zitten, waarbij een geur van alcohol en sigarettenrook mijn neus binnendringt.
Meteen terug in de werkelijkheid.

h1

En nu?

23 maart 2016

Had ik pakweg 150 jaar geleden geleefd, dan had ik nu nog maar 2 kinderen i.p.v. 4. De oudste zoon zou op 12-jarige leeftijd overleden zijn aan een appendicitis, de jongste zoon zou niet ouder zijn geworden dan 6 weken, door een nierontsteking. Meer nog, 150 jaar geleden zou ik niet eens moeder zijn geworden. Dan zou ik als tiener zelf al overleden zijn. Een kind verliezen door ziekte of een ongeval was in die tijd heel gewoon. Een verlies viel toen ongetwijfeld net zo zwaar als nu, maar mensen waren er meer vertrouwd mee.
Anno 2016 is de kans dat we een kind door ziekte verliezen heel klein geworden. De geneeskunde heeft – gelukkig maar – grote sprongen voorwaarts gemaakt. Tegen ander onheil, zoals een ongeval, beveiligen we ons op alle mogelijke manieren. We laten onze kinderen pas zo laat mogelijk alleen fietsen. We brengen ze overal naartoe. Met fietshelm. En fluovestje. In een veilige auto uitgerust met veiligheidsgordels en allerlei ingewikkelde beveiligingssystemen.
We verzekeren onszelf tegen verlies, geholpen door geneeskundige en technologische ontwikkelingen en maatregelen van de overheid. Bijgevolg zijn we ook – gelukkig maar – niet meer zo vertrouwd met verlies. We hebben het gevoel alles vrij sterk onder controle te hebben en voelen ons redelijk gerust.
En dan blijkt dat er mensen bestaan die hun eigen leven blijkbaar zo weinig waard vinden dat ze bereid zijn om het op te geven om toch maar zoveel mogelijk mensen te kunnen doden. Om het even wie. Zelfs mensen die misschien wel hun gedachtengoed en hun strijd delen. Onbegrijpelijk. Onbevattelijk.
En weg is onze zo zorgvuldig opgebouwde controle. Weg zekerheden. Dit gaat niet over een probleem dat je met een nieuwe techniek of een nieuw hulpmiddel kan oplossen. Dit gaat over het gedrag van anderen waar je geen onmiddellijke, directe invloed op hebt. Vaak onvoorzien en onvoorspelbaar. Slecht. Onbegrijpelijk. Wreed. Daarop inwerken is een werk van lange adem, door vele mensen, op vele domeinen, samen, creatief, doordacht. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat we dat gaan doen.

 

h1

Afscheid nemen

7 januari 2016

Naast een hele hoop andere dingen was 2015 voor ons ook een jaar waarin 5 koppels die we goed tot zeer goed kennen, beslisten om uit elkaar te gaan. Of beter gezegd, waarin één van beide partners van die koppels besliste om de ander te verlaten. Vijf. Hoewel ik weet dat volgens de statistieken heel veel huwelijken en lange relaties op de klippen lopen, ben ik toch altijd verrast als het in mijn nabije omgeving gebeurt. En elke keer vind ik het bijzonder jammer. Voor het koppel zelf, voor hun kinderen. Maar toch ook wel een beetje voor onszelf. Omdat ik besef dat het contact nooit meer hetzelfde zal zijn. Geen etentjes meer met dat koppel, maar in het beste geval met elk apart. Geen feestjes meer bij het koppel thuis, maar in het beste geval bij een van beide. Geen reisjes samen meer. Soms zelfs helemaal geen contact meer met een van de twee. Natuurlijk voel ik niet het immense verdriet dat zij voelen, maar ergens vaag vanbinnen voel ik een soort rouw en verdriet en heimwee, om alles wat geweest is en nooit meer zal terugkomen. Er is iets kapot dat niet meer kan geheeld worden. Jammer, bijzonder jammer.

h1

2016 – dag 2

2 januari 2016

Slecht geslapen vannacht. Dat is sinds 2015 iets nieuws voor mij, af en toe een slechte nacht. Moeilijk in slaap vallen, veel wakker worden. Zonder te piekeren of te dubben. Nee, gewoon wakker. Te warm, te koud, niet echt comfortabel, maar ook niet echt last. Zal wel aan het ouder worden liggen. Een lichaam in verandering.

Behalve mijn slaappatroon zijn ook mijn eetgewoonten een beetje veranderd. Geen suiker meer in de thee. Lijkt banaal, maar in mijn geval betekent dat toch 2 tot 7 suikerklontjes per dag minder. Ik kwam op het idee toen ik de reeks van Lotte Alsteens over suiker en de voedingsindustrie las in De Standaard. Ik vulde uit nieuwsgierigheid de suikertest in en besefte dat ik, hoewel ik weinig snoep, toch veel suiker binnen kreeg via de vele mokken thee per dag. Thee zonder suiker zag ik niet zitten, maar op een dag begon ik er toch mee en nu vind ik thee met suiker te zoet. Het is een gewoonte die ik mezelf heb aangekweekt. En waar ik me beter bij voel. Fysiek én mentaal.

h1

2016

1 januari 2016

Het einde van een jaar geeft me altijd een wat weemoedig gevoel. Geen spetterende eindejaarsfeesten voor mij. Wel weemoed en een wat ongemakkelijk gevoel. Een jaar voorbij. Niet dat ik het erg vind om ouder te worden. Dat is het niet. Het is eerder een zwaarte. Een zwaarmoedig gevoel.

Er komen jaaroverzichten voorbij. Ik denk automatisch ook aan ‘mijn eigen jaaroverzicht’. En aan wat ik verwacht voor 2016. Op wereldvlak, maar ook voor mezelf. En op een of andere manier word ik nooit vrolijk van dat terugblikken en vooruitkijken op het einde van het jaar.

Er zijn zoveel dingen die niet kloppen, die niet oké zijn. Waar ook maar geen verandering in komt. Zoals klimaatonderhandelingen die ondanks de hoogdringendheid maar moeizaam blijven verlopen, een vluchtelingenkwestie die ondanks de schrijnende beelden en verhalen maar niet opgelost geraakt,… En dan wordt er ook nog eens over alles een saus van angst gegoten. Angst, angst, angst. We moeten voor alles bang zijn. En politici, van wie ik daadkracht en durf en gezond verstand en rust en vastberadenheid en langetermijnvisie en realistisch optimisme en creatieve oplossingen verwacht, doen er nog een schepje bij.

Elk jaar hoop ik op en verwacht ik verandering. En elk jaar stel ik op de laatste dag van het jaar vast dat er toch o zo weinig écht ten gronde veranderd is. Niet op wereldvlak. En ook niet in mijn eigen kleine leventje. Elk jaar maak ik goede voornemens en elk jaar stel ik vast dat er weinig veranderd is. Mijn huis ligt er nog steeds rommelig bij, ik krijg de tuin niet in orde, ik blijf een ongeduldig, overkritisch en snel geïrriteerd mens.

Maar goed, de laatste dag van het jaar ben ik dan weemoedig. En voel ik een onprettige zwaarte. En de eerste dag van het nieuwe jaar sta ik toch weer met nieuwe moed op en maak ik toch maar weer goede voornemens. Misschien ga ik dit jaar dan maar eens zelf voor daadkracht en durf en gezond verstand en rust en vastberadenheid en langetermijnvisie en realistisch optimisme en creatieve oplossingen. En laat ik nog maar eens proberen om geduldiger en rustiger en milder te worden. Tegenover anderen, maar zeker ook tegenover mezelf.

Een gelukkig 2016 gewenst!

 

 

h1

Het thema van de dag

9 juni 2015

“Ik ben het zat!” schreeuwde ik tegen de jongste zoon die bleef volharden in zijn slechte tafelmanieren.
“Gij drinkt niet.” antwoordde hij droog.

Enkele uren later sms’te manlief me vanuit het buitenland dat hij van de oudste zoon had gehoord dat ik in ‘Bierbuik’ (Bierbeek) zat.

Het is wel duidelijk zeker wat het thema van de dag was?

h1

Vrouwen op de barricades

5 mei 2015

Pfft, daar gaan we weer, dacht ik toen ik vandaag dit artikel las. Vrouwen die in de verdediging schieten. De combinatie werk en gezin, het glazen plafond en quota voor vrouwen hebben we al gehad. Nu kunnen we heftige discussies gaan voeren over onze rechten na een bevalling.

Ik ben zelf vier keer bevallen, de tweede keer poliklinisch, de andere keren met het standaardverblijf van 5 dagen in het ziekenhuis. Was dat 5-daagse verblijf nodig? Nee. De zorgen die ik in het ziekenhuis kreeg, had ik ook van een goede kraamverzorgster aan huis kunnen krijgen. De borstvoeding verliep telkens vlot, ik voelde me fit, had geen last van de hechtingen na de knip (heeft trouwens te maken met de manier waarop een gynaecoloog een knip hecht, maar dit terzijde) en had rustige baby’s, op de eerste standaard huildag na. Ik vond het comfortabel om na bevalling 3 en 4 enkele dagen rust te krijgen. Thuis liepen immers 2 / 3 kleine kinderen rond. Maar medisch gezien was het niet nodig dat ik in het ziekenhuis bleef. Ik had net zo goed op hotel kunnen uitrusten. En ja, ik heb ook kwaaltjes gehad achteraf, maar niets dat niet met een telefoontje of een kort ambulant advies kon worden opgelost.

Ik denk dat mijn verhaal niet uniek is. Ik denk dat er nog vrouwen zijn die zich fit en goed voelen na een bevalling, die genoeg hebben aan kraamzorg aan huis (heb ik gekregen na mijn poliklinische bevalling). Waarom is het nu weer nodig om op de barricades klimmen omdat Maggie De Block nog maar opwerpt dat we hier in België wel erg lang opgenomen blijven na een bevalling en zich afvraagt of dat niet korter kan? Of is dat is een verworven recht, een 5-daags verblijf op de kraamafdeling, net zoals het stemrecht voor vrouwen? Als dat verblijf korter kan in veel Europese landen, waarom dan niet bij ons? Kraamzorg bestaat al, wie zegt dat dit niet kan worden uitgebreid? Natuurlijk zal een langer verblijf soms wél noodzakelijk zijn en ik twijfel er geen seconde aan dat dit ook in de toekomst nog zal kunnen. Maar als ik de reacties lees op de plannen van Maggie De Block, lijkt het wel alsof het vaker wel dan niet nodig is om lang in het ziekenhuis te blijven… Misschien is er dan wel iets mis met ons idee over de kraamperiode.
Want, als ik even stout mag zijn: moet je per se in een ziekenhuis blijven bij deze klachten, die Cathérine Ongenae in haar artikel beschrijft: “er getormenteerd uitzien, een gezicht vol bloeduitstortingen, niet op de benen kunnen staan, niet kunnen zitten, op zetpillen leven, flauwvallen omdat het toiletbezoek zo pijnlijk is, niet in de schoenen geraken, knieën van pudding, kleren die niet lekker zitten, hormonenbalans net gekeerd” of kan je dat thuis, mits hulp, ook wel overleven? Toen ik, jaren geleden, de échte griep had tijdens mijn derde zwangerschap, mijn kinderen niet kon optillen van de spierpijn, rilde, niet op mijn benen kon staan, bij elke hoestbui dood leek te gaan, geen enkele pijnvrije houding kon vinden, op pijnstillers leefde en me echt rotslecht voelde, was ik ook gewoon thuis en niet in een ziekenhuis, zoals de meeste mensen die een griep doormaken. Zou je dan na een lastige bevalling en tijdens een moeizame kraamperiode ook niet thuis kunnen herstellen en je weg leren vinden, mits hulp en goede informatie?

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 47 andere volgers