h1

Afscheid nemen

7 januari 2016

Naast een hele hoop andere dingen was 2015 voor ons ook een jaar waarin 5 koppels die we goed tot zeer goed kennen, beslisten om uit elkaar te gaan. Of beter gezegd, waarin één van beide partners van die koppels besliste om de ander te verlaten. Vijf. Hoewel ik weet dat volgens de statistieken heel veel huwelijken en lange relaties op de klippen lopen, ben ik toch altijd verrast als het in mijn nabije omgeving gebeurt. En elke keer vind ik het bijzonder jammer. Voor het koppel zelf, voor hun kinderen. Maar toch ook wel een beetje voor onszelf. Omdat ik besef dat het contact nooit meer hetzelfde zal zijn. Geen etentjes meer met dat koppel, maar in het beste geval met elk apart. Geen feestjes meer bij het koppel thuis, maar in het beste geval bij een van beide. Geen reisjes samen meer. Soms zelfs helemaal geen contact meer met een van de twee. Natuurlijk voel ik niet het immense verdriet dat zij voelen, maar ergens vaag vanbinnen voel ik een soort rouw en verdriet en heimwee, om alles wat geweest is en nooit meer zal terugkomen. Er is iets kapot dat niet meer kan geheeld worden. Jammer, bijzonder jammer.

h1

2016 – dag 2

2 januari 2016

Slecht geslapen vannacht. Dat is sinds 2015 iets nieuws voor mij, af en toe een slechte nacht. Moeilijk in slaap vallen, veel wakker worden. Zonder te piekeren of te dubben. Nee, gewoon wakker. Te warm, te koud, niet echt comfortabel, maar ook niet echt last. Zal wel aan het ouder worden liggen. Een lichaam in verandering.

Behalve mijn slaappatroon zijn ook mijn eetgewoonten een beetje veranderd. Geen suiker meer in de thee. Lijkt banaal, maar in mijn geval betekent dat toch 2 tot 7 suikerklontjes per dag minder. Ik kwam op het idee toen ik de reeks van Lotte Alsteens over suiker en de voedingsindustrie las in De Standaard. Ik vulde uit nieuwsgierigheid de suikertest in en besefte dat ik, hoewel ik weinig snoep, toch veel suiker binnen kreeg via de vele mokken thee per dag. Thee zonder suiker zag ik niet zitten, maar op een dag begon ik er toch mee en nu vind ik thee met suiker te zoet. Het is een gewoonte die ik mezelf heb aangekweekt. En waar ik me beter bij voel. Fysiek én mentaal.

h1

2016

1 januari 2016

Het einde van een jaar geeft me altijd een wat weemoedig gevoel. Geen spetterende eindejaarsfeesten voor mij. Wel weemoed en een wat ongemakkelijk gevoel. Een jaar voorbij. Niet dat ik het erg vind om ouder te worden. Dat is het niet. Het is eerder een zwaarte. Een zwaarmoedig gevoel.

Er komen jaaroverzichten voorbij. Ik denk automatisch ook aan ‘mijn eigen jaaroverzicht’. En aan wat ik verwacht voor 2016. Op wereldvlak, maar ook voor mezelf. En op een of andere manier word ik nooit vrolijk van dat terugblikken en vooruitkijken op het einde van het jaar.

Er zijn zoveel dingen die niet kloppen, die niet oké zijn. Waar ook maar geen verandering in komt. Zoals klimaatonderhandelingen die ondanks de hoogdringendheid maar moeizaam blijven verlopen, een vluchtelingenkwestie die ondanks de schrijnende beelden en verhalen maar niet opgelost geraakt,… En dan wordt er ook nog eens over alles een saus van angst gegoten. Angst, angst, angst. We moeten voor alles bang zijn. En politici, van wie ik daadkracht en durf en gezond verstand en rust en vastberadenheid en langetermijnvisie en realistisch optimisme en creatieve oplossingen verwacht, doen er nog een schepje bij.

Elk jaar hoop ik op en verwacht ik verandering. En elk jaar stel ik op de laatste dag van het jaar vast dat er toch o zo weinig écht ten gronde veranderd is. Niet op wereldvlak. En ook niet in mijn eigen kleine leventje. Elk jaar maak ik goede voornemens en elk jaar stel ik vast dat er weinig veranderd is. Mijn huis ligt er nog steeds rommelig bij, ik krijg de tuin niet in orde, ik blijf een ongeduldig, overkritisch en snel geïrriteerd mens.

Maar goed, de laatste dag van het jaar ben ik dan weemoedig. En voel ik een onprettige zwaarte. En de eerste dag van het nieuwe jaar sta ik toch weer met nieuwe moed op en maak ik toch maar weer goede voornemens. Misschien ga ik dit jaar dan maar eens zelf voor daadkracht en durf en gezond verstand en rust en vastberadenheid en langetermijnvisie en realistisch optimisme en creatieve oplossingen. En laat ik nog maar eens proberen om geduldiger en rustiger en milder te worden. Tegenover anderen, maar zeker ook tegenover mezelf.

Een gelukkig 2016 gewenst!

 

 

h1

Het thema van de dag

9 juni 2015

“Ik ben het zat!” schreeuwde ik tegen de jongste zoon die bleef volharden in zijn slechte tafelmanieren.
“Gij drinkt niet.” antwoordde hij droog.

Enkele uren later sms’te manlief me vanuit het buitenland dat hij van de oudste zoon had gehoord dat ik in ‘Bierbuik’ (Bierbeek) zat.

Het is wel duidelijk zeker wat het thema van de dag was?

h1

Vrouwen op de barricades

5 mei 2015

Pfft, daar gaan we weer, dacht ik toen ik vandaag dit artikel las. Vrouwen die in de verdediging schieten. De combinatie werk en gezin, het glazen plafond en quota voor vrouwen hebben we al gehad. Nu kunnen we heftige discussies gaan voeren over onze rechten na een bevalling.

Ik ben zelf vier keer bevallen, de tweede keer poliklinisch, de andere keren met het standaardverblijf van 5 dagen in het ziekenhuis. Was dat 5-daagse verblijf nodig? Nee. De zorgen die ik in het ziekenhuis kreeg, had ik ook van een goede kraamverzorgster aan huis kunnen krijgen. De borstvoeding verliep telkens vlot, ik voelde me fit, had geen last van de hechtingen na de knip (heeft trouwens te maken met de manier waarop een gynaecoloog een knip hecht, maar dit terzijde) en had rustige baby’s, op de eerste standaard huildag na. Ik vond het comfortabel om na bevalling 3 en 4 enkele dagen rust te krijgen. Thuis liepen immers 2 / 3 kleine kinderen rond. Maar medisch gezien was het niet nodig dat ik in het ziekenhuis bleef. Ik had net zo goed op hotel kunnen uitrusten. En ja, ik heb ook kwaaltjes gehad achteraf, maar niets dat niet met een telefoontje of een kort ambulant advies kon worden opgelost.

Ik denk dat mijn verhaal niet uniek is. Ik denk dat er nog vrouwen zijn die zich fit en goed voelen na een bevalling, die genoeg hebben aan kraamzorg aan huis (heb ik gekregen na mijn poliklinische bevalling). Waarom is het nu weer nodig om op de barricades klimmen omdat Maggie De Block nog maar opwerpt dat we hier in België wel erg lang opgenomen blijven na een bevalling en zich afvraagt of dat niet korter kan? Of is dat is een verworven recht, een 5-daags verblijf op de kraamafdeling, net zoals het stemrecht voor vrouwen? Als dat verblijf korter kan in veel Europese landen, waarom dan niet bij ons? Kraamzorg bestaat al, wie zegt dat dit niet kan worden uitgebreid? Natuurlijk zal een langer verblijf soms wél noodzakelijk zijn en ik twijfel er geen seconde aan dat dit ook in de toekomst nog zal kunnen. Maar als ik de reacties lees op de plannen van Maggie De Block, lijkt het wel alsof het vaker wel dan niet nodig is om lang in het ziekenhuis te blijven… Misschien is er dan wel iets mis met ons idee over de kraamperiode.
Want, als ik even stout mag zijn: moet je per se in een ziekenhuis blijven bij deze klachten, die Cathérine Ongenae in haar artikel beschrijft: “er getormenteerd uitzien, een gezicht vol bloeduitstortingen, niet op de benen kunnen staan, niet kunnen zitten, op zetpillen leven, flauwvallen omdat het toiletbezoek zo pijnlijk is, niet in de schoenen geraken, knieën van pudding, kleren die niet lekker zitten, hormonenbalans net gekeerd” of kan je dat thuis, mits hulp, ook wel overleven? Toen ik, jaren geleden, de échte griep had tijdens mijn derde zwangerschap, mijn kinderen niet kon optillen van de spierpijn, rilde, niet op mijn benen kon staan, bij elke hoestbui dood leek te gaan, geen enkele pijnvrije houding kon vinden, op pijnstillers leefde en me echt rotslecht voelde, was ik ook gewoon thuis en niet in een ziekenhuis, zoals de meeste mensen die een griep doormaken. Zou je dan na een lastige bevalling en tijdens een moeizame kraamperiode ook niet thuis kunnen herstellen en je weg leren vinden, mits hulp en goede informatie?

 

h1

Gedachten

22 april 2015
  • Eventjes snel de post uithalen.
  • Jammer, geen post.
  • Die takken moet ik toch eens opvegen.
  • Kijk, ik zie mezelf in de deur!
  • Goh, dat kleedje is toch korter uit dan ik dacht, maar het gaat.
  • Dat had ik gisteren beter aangehouden om naar de winkel te gaan. Dan was het contrast met L. (die er altijd uitziet of ze net van een make-over met Jani komt, nvdr.) niet zo groot geweest.
  • Heb ik nog tijd om naar het toilet te gaan? Ja.
  • Ik ga ze toch nog eens moeten zeggen dat ze niets meer op de trap mogen leggen.
  • Die vuile vlek moet ik toch echt eens afwassen.
  • Snel de ramen openzetten. Waarom doen ze dat niet zelf?
  • Wat een varkensstallen hier! Moet ik daar nu echt weer over beginnen te zagen? Of pak ik gewoon een borstel en veeg ik alles wat op de grond ligt op een hoop?
  • Dat afgebroken stukje moeten we toch kunnen camoufleren.
  • Oh, mijn Helleborussen staan toch mooi dit jaar!
  • Waar blijft die nu?
  • Heb ik nog tijd om een stukje te bloggen? Nee, beter andere dingen doen.
  • Verdorie, hier liggen ook dingen op de grond. Zo kan ik weinig zeggen van hun spullen op de grond.
  • Oh nee, ik moet die mail van tante G. nog beantwoorden. Helemaal vergeten!
  • Voorzichtig stappen met die hakken op het parket. Beter schoenen uitdoen.
  • Hoh, telefoon! Daar heb ik nu geen zin in.
  • Toch lastig om mensen zo te moeten afwimpelen.
  • Oh nee, ik moet nog regelen dat iemand dat geld vrijdag heeft.
  • Pfft, waarom hebben we toch donkere tegels gekozen? Al dat stof…
  • Straks de skikleding opbergen, ziet er droog genoeg uit.
  • Of moet ik die eerst impregneren met een of ander waterafstotend product?
  • Nee, ik heb geen waterafstotend product en tegen dat ik dat ben gaan halen, zijn we weer weken verder en intussen blijven die spullen in de weg liggen.
  • Verder bloggen.
  • Zijn ze nu weer aan het zagen buiten? Vervelend geluid.
  • Ze zal wel niet meer komen. ‘t Is al veel te laat.
  • Eigenlijk kan ik de afwasmachine nog verder leegmaken. Nee, geen zin.
  • Piano oefenen?
  • Zou ik niet stoppen met piano? Ik oefen toch veel te weinig.
  • Wat doet dat elastiekje hier? Even oprapen.
  • Goh, hier ligt ook al zoveel stof.
  • Oef, het zagen is gestopt.
  • Ik ga thee zetten.

Af en toe wil ik een off-knop, voor heel eventjes maar.

h1

Van een smartphone naar gezond verstand

21 april 2015

Zoonlief, 2e middelbaar, krijgt een brief mee over een schooluitstap:

Wat brengen de leerlingen mee? 
– een smartphone (nodig voor sommige opdrachten)

Huh? Daar schrok ik toch van, dat een school ervan uitgaat dat de leerlingen een smartphone hebben. Mijn zoon antwoordde dat in elk groepje wel kinderen zitten die een smartphone hebben, dus dat het geen probleem zou zijn. Ik maak me meer zorgen om het beeld dat een school zo creëert bij ouders: geef je kind maar een smartphone, want dat hebben ze nodig. Een smartphone blijft toch een duur ding, dat niet iedereen wil en/of kan kopen voor een 13- of 14-jarige. Kunnen die opdrachten niet op een andere manier worden gegeven?

Het woord smartphone doet me trouwens denken aan een interessante column van een kinderpsychiater die ik onlangs las. Het ging over gezond verstand.
Blijkbaar heeft onderzoek uitgewezen dat kinderen meer bewegen op gras dan op beton. De kinderpsychiater schreef dat je volgens haar alleen maar je gezond verstand moet gebruiken om tot dezelfde conclusies te komen als die wetenschappers. Ze vroeg zich af of er meer van dergelijke evidente zaken onderzocht worden. Bijvoorbeeld: wordt er meer gepraat aan tafel als de televisie niet aan staat? En wat verder schreef ze: “Gebruiken kinderen meer fantasie wanneer je hen kartonnen dozen geeft in plaats van een tablet? Daar zou de slotsom kunnen zijn dat dozen omgetoverd worden tot een huis, raket, trein of winkeltje… wat ik niet zie gebeuren met een tablet.” Ze vroeg zich af of we ons gezond verstand te weinig inzetten, of we dit afgeleerd hebben.
Goeie vraag. Ik denk dat ik zonder onderzoek wel een antwoord kan bedenken.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 44 andere volgers