h1

Reactie

19 december 2014

Enkele dagen geleden schreef mijn blogvriendin Ilse dit. Haar blogberichtje raakte me. Niet voor het eerst en gewoonlijk laat ik dan een reactie achter als ‘Zo herkenbaar!’. Deze keer wil ik wat uitgebreider reageren.

Ik heb geen kinderen met dyslexie, dus daar kan ik niet over meespreken. Maar ik herken het beeld wel dat Ilse beschrijft: concentratieproblemen, gebrek aan structuur en vooral een totale onwetendheid als het op studeren aankomt. Zo zijn onze oudste drie kinderen aan de middelbare school begonnen. De jongste zit nu in het zesde leerjaar en lijkt een ander type te zijn. En als ik vriendinnen hoor vertellen, is dat een altijd weerkerend thema: kinderen die zich niet kunnen concentreren, niet weten hoe ze moeten studeren, denken dat ze de leerstof kennen als ze alles eens een keer hebben gelezen (aan een tempo dat ik onmogelijk kan evenaren, hoewel ik altijd een heel snelle lezer ben geweest), een puinhoop maken van hun studiemateriaal en studie-omgeving. Zodra ze een keer overhoord worden, vallen ze compleet door de mand.
Het lijkt dus een veralgemeend probleem te zijn, dat bij kinderen met een labeltje (dyslexie, ADHD, autisme, dyscalculie,…) nog veel groter lijkt te zijn dan bij andere kinderen.
Wij voeren hier al enkele jaren bij momenten een ware strijd om de kinderen de motiveren, aan het werk te krijgen, te leren studeren, te leren volhouden, te laten inzien dat voor de meeste kinderen, ook voor hen, op tijd beginnen en regelmatig herhalen belangrijk zijn om iets écht te kennen tegen het examen. Ik heb het gevoel dat dit een dagelijks onderdeel is geworden van onze opvoeding. Niet omdat we willen dat ze een ik-weet-niet-wat-voor diploma behalen, niet omdat ze hoge cijfers moeten halen, niet omdat we willen dat ze de beste van de klas zijn. Nee, omdat we willen dat ze zich inzetten, dat ze hun talenten ontplooien, dat ze alle kansen openhouden. Onze kinderen mogen worden wat ze willen. Bakker, ingenieur, verpleegkundige, tuinman, technicus, paardenverzorger,… om het even wat waar hun hart naar uit gaat. Maar wat de jongste zoon vorig jaar zei, klopt helaas in dit land: “Bakker kan ik later nog altijd worden. Maar als ik nu niet goed studeer, zal ik later geen piloot kunnen worden.” Annemie Turtelboom is dan wel van een TSO-richting naar een ASO-richting overgestapt en er mag om de haverklap wel worden beweerd dat de schotten tussen BSO, TSO en ASO zullen verdwijnen, voorlopig is het nog altijd zo dat er deuren worden gesloten als je verandert van ASO naar TSO naar BSO. Daarom laten we ze niet zomaar doen, maar verwachten we dat ze hun best doen op school. Begeleiden we, stimuleren we, moedigen we aan. In de hoop dat ze later, als ze echt gaan kiezen wat ze willen doen in hun leven, nog alle kansen hebben om dat te doen wat hen aanspreekt en niet moeten vaststellen dat het bijna een onmogelijke opdracht zal zijn om hun doel te bereiken.
In dit blogpostje wil ik verder gaan dan beschrijven hoe wij het zien en hoe wij het doen. Er is namelijk iets dat al heel lang bij mij wringt. En wel dit. Kinderen als die van Ilse en mij hebben geluk. Geluk dat hun ouders de tijd, de energie en de kennis hebben om dit allemaal te doen. Dat maakt hen bevoorrecht. Maar wat met al die kinderen, met of zonder labeltje, van wie de ouders geen tijd, energie of kennis hebben om hen te stimuleren, te motiveren, te begeleiden, te helpen? Wat als een kind niet uit zichzelf een flinke, brave, goede student is en de ouders niet kunnen doen wat wij doen? Ik vrees dat veel van die kinderen uiteindelijk afhaken, geen diploma of een diploma ver onder hun mogelijkheden behalen. Wat hun kansen op de arbeidsmarkt verkleint en het risico op financiële en andere problemen vergroot.
Voor mij is dat één van de grootste problemen in ons onderwijs zoals het de dag van vandaag eruit ziet: er wordt heel veel van ouders verwacht en en voor heel wat ouders is het gewoonweg onmogelijk om aan die verwachtingen te beantwoorden. Omdat ze geen Nederlands begrijpen, omdat ze ziek zijn, omdat ze er alleen voorstaan en geen energie over hebben als ze thuiskomen van hun werk, omdat ze zelf nauwelijks gestudeerd hebben,…
Concreet: in het eerste leerjaar zei de juf van onze oudste dat het lezen toch wat moeizaam ging, of we wat extra wilden oefenen. Wat we natuurlijk deden. Omdat ik kan lezen, Nederlands kan lezen, op tijd thuis was en energie had om nog met hem te lezen voor hij naar bed moest. Wie zou dit opgevangen hebben als we dit niet hadden gedaan? De zorgjuf? Die heeft tijd tekort. De juf na de schooluren? Dat kan je onmogelijk van leerkrachten verwachten. Wie dan wel? Familie? Vrienden? Wat als we daar, om welke reden dan ook (zelf aan het werk, te ver wonen), niet op zouden kunnen rekenen?
Wij helpen onze kinderen al jaren. Met kleine vragen, grotere problemen. Niks spectaculairs vinden we zelf, maar misschien en waarschijnlijk wel een onmogelijke opgave voor andere ouders die het minder gemakkelijk hebben dan wij. Ik ben er van overtuigd dat onze kinderen al lang niet meer zouden studeren wat ze nu studeren (en zelf willen studeren), als wij het niet zo hadden gedaan.
Zouden we het onderwijssysteem niet zo kunnen hervormen dat kinderen meer begeleiding, huiswerkbegeleiding, krijgen op school? Dat er huiswerkklassen komen zodat alle kinderen gelijke kansen krijgen? Nu worden de kansen te veel bepaald door de omgeving waarin kinderen geboren en opgevoed worden.

Advertenties

4 reacties

  1. Ik kan je alleen maar gelijk geven!


  2. Ik heb mijn jongste hier ook nog maar eens door een examenperiode gesleurd. Heel veel vakken opgevraagd (ik heb daar echt een hekel aan !) maar vanaf dat ik haar ook maar even alleen laat verder doen laat ze het schieten en is ze weer snel tevreden met wat ze (niet) kan. Haar wiskunde examen heb ik mogen inkijken met de leerkracht, het was gewoonweg bedroevend. En nu is ze weer gerust, want geen buizen op het rapport. Dat de hoofdvakken maar net 50+ zijn is voor haar bijzaak …
    Ik vraag me ook af wat er van haar zou terecht komen mocht ik er geen tijd in steken !


  3. Ik ben het volledig met je eens! Ik geef les in het BUSO waar het erg hard opvalt: leerlingen die thuis ondersteund worden, geraken er wel ondanks het feit dat ze al benadeeld zijn doordat ze minder capaciteiten hebben dan leerlingen in het gewoon onderwijs… Maar leerlingen die van thuis uit aan hun lot worden overgelaten, tja, die zijn jammer genoeg meestal een vogel voor de kat. Schrijnende toestanden zijn het soms en zelf een mama zijnde: ik begrijp het niet en zal het ook nooit begrijpen die ouders die niet om hun kinderen geven.


  4. Bij ons op school hebben we het buddyproject, waarbij lln. uit het middelbaar op vrijwillige basis de kinderen met leermoeilijkheden uit de basisschool na school bijwerken.. een win-win situatie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: