Archive for mei, 2017

h1

Verschillen

4 mei 2017

Binnenkort wordt bekend gemaakt wie naar de informatica-olympiade in Iran mag. De Iraanse ambassadeur zal daarbij aanwezig zijn om de winnaars te feliciteren en laat vooraf weten dat hij de jongens wel en de meisjes geen hand zal geven. Volgens De Standaard werd het zo verwoord: ‘Het is Iraans cultureel-religieus gebruik dat personen van hetzelfde geslacht elkaar begroeten met een handdruk, en personen van verschillend geslacht elkaar begroeten met een hoofdknik. De ambassade vraagt ons om dit niet als minder beleefd of minder hartelijk te willen beschouwen. De ambassadeur en zijn gevolg zijn verplicht om dit gebruik te respecteren bij publieke evenementen. Alvast bedankt voor uw begrip.’

Alvast geen begrip bij Bart Somers en Hilde Crevits. Nogmaals De Standaard, met de reactie van Bart Somers: ‘Ik vind diversiteit belangrijk en ben de eerste om een inclusieve benadering te bepleiten, maar dit is confronterend. Welk signaal stuurt de ambassadeur hiermee uit naar de meisjes die straks de Belgische winnaars worden? Dit is een vorm van fysieke segregatie tegenover vrouwen die we niet kunnen tolereren. De ­gendergelijkheid is essen­tieel. Misschien is dit gangbaar in Iran, maar hier niet.’ en de reactie van Hilde Crevits: ‘Als een hoofdknik het ultieme teken van respect is, waarom doet hij dat dan enkel bij de meisjes en niet bij de jongens? Ofwel komt hij en behandelt hij iedereen gelijk, ofwel blijft hij weg.’

Spontaan denk ik dan:

  • Ik ben 46 jaar en ik herinner me nog dat ik als kind op een begrafenis samen met mijn moeder in de ene beuk van de kerk moest gaan zitten, terwijl mijn vader en broers in de andere beuk moesten plaatsnemen. Fysieke segregatie tegenover vrouwen, nog geen 50 jaar geleden, hier, in België.
  • Ik word door mannen én vrouwen met een kus begroet. Mijn man krijgt enkel van vrouwen een kus. Gangbaar in België. Kussen enkel bij meisjes, niet bij jongens.
  • In het schoolreglement van de school van onze kinderen: ‘Oorringen voor jongens zijn verboden in de eerste graad’. Geen gelijke behandeling van jongens en meisjes, in een Belgische school.
  • Toen ik op school zat, mochten de meisjes in de wintermaanden een lange broek dragen, de jongens mochten dat het hele jaar door. Wij droegen in de zomermaanden een overgooier. Ik vermoed dat de jongens die overgooier niet mochten dragen en als ik het huidige schoolreglement van mijn toenmalige school er op nalees, mogen jongens inderdaad geen rok dragen. (De overgooier is blijkbaar intussen afgeschaft.) Opnieuw geen gelijke behandeling van jongens en meisjes, in een Belgische school.

Het is een illusie dat wij, in onze Belgische maatschappij, jongens en meisjes gelijk behandelen. We doen dat niet. En we hoeven dat ook niet altijd en overal te doen, want jongens en meisjes, mannen en vrouwen zijn niet gelijk. We zijn gelijkwaardig. En dat is iets heel anders.

Behandelen we mannen en vrouwen dan als gelijkwaardige wezens, hier in België? Nee, ook niet. Vrouwen verdienen nog altijd minder dan mannen voor hetzelfde werk. Mannen fluiten vrouwen na op straat, de mannen laten ze met rust. Ik heb heel dikwijls de vraag gekregen of ik nog werk, met een gezin van 4 kinderen, en hoe ik dat doe. Mijn man heeft die vraag nog nooit gekregen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Waarom stellen we ons toch zo superieur op tegenover sommige andere volkeren met een andere cultuur, een andere religie, een andere geschiedenis? Waarom hebben we voortdurend de neiging om te zeggen hoe mensen met een andere culturele en/of religieuze achtergrond zich moeten gedragen, zonder rekening te houden met de evoluties en veranderingen in hun land? Onze maatschappij zag er 100 jaar geleden toch ook heel anders uit dan nu. De Iraanse maatschappij zal er over 100 jaar ongetwijfeld ook heel anders uitzien. En toen wij in de donkere Middeleeuwen leefden, kenden China en Japan een bloeiperiode. Landen, volkeren, maatschappijen evolueren. In positieve zin en soms ook in negatieve zin. Die spontane evolutie voortdurend onder druk zetten met straffe taal en belerende en verwijtende uitspraken is misschien wel eerder contra-productief. Zo lijken we ons te gedragen als kolonisators zonder kolonie, als betweters, alsof wij moreel superieur zijn en altijd het recht hebben om de gewoontes en gebruiken van andere volkeren te bekritiseren, dikwijls zonder veel kennis van zaken, zonder de moeite te doen om ons in te leven en inzicht te verwerven in hun geschiedenis, in de herkomst en betekenis van gebruiken, rituelen, gewoontes.

Het zou misschien gemakkelijker zijn als alle maatschappijen dezelfde evolutie met hetzelfde tempo zouden doormaken en eenzelfde cultuur en religie zouden delen, maar dat is niet de realiteit. Zouden wederzijds begrip en respect en een open geest en verdraagzaamheid niet meer opleveren dan scherp veroordelende reacties? Per slot van rekening gaat het hier, bij het bezoek van de Iraanse ambassadeur, over een manier van begroeten – waarbij een handdruk en een hoofdknik in mijn ogen allebei respectvol kunnen zijn – en niet over het negeren of uitsluiten of mishandelen van meisjes. Moeten we daar nu echt zo over struikelen?

 

Advertenties