Archive for the ‘Commentaar’ Category

h1

Vrouwen op de barricades

5 mei 2015

Pfft, daar gaan we weer, dacht ik toen ik vandaag dit artikel las. Vrouwen die in de verdediging schieten. De combinatie werk en gezin, het glazen plafond en quota voor vrouwen hebben we al gehad. Nu kunnen we heftige discussies gaan voeren over onze rechten na een bevalling.

Ik ben zelf vier keer bevallen, de tweede keer poliklinisch, de andere keren met het standaardverblijf van 5 dagen in het ziekenhuis. Was dat 5-daagse verblijf nodig? Nee. De zorgen die ik in het ziekenhuis kreeg, had ik ook van een goede kraamverzorgster aan huis kunnen krijgen. De borstvoeding verliep telkens vlot, ik voelde me fit, had geen last van de hechtingen na de knip (heeft trouwens te maken met de manier waarop een gynaecoloog een knip hecht, maar dit terzijde) en had rustige baby’s, op de eerste standaard huildag na. Ik vond het comfortabel om na bevalling 3 en 4 enkele dagen rust te krijgen. Thuis liepen immers 2 / 3 kleine kinderen rond. Maar medisch gezien was het niet nodig dat ik in het ziekenhuis bleef. Ik had net zo goed op hotel kunnen uitrusten. En ja, ik heb ook kwaaltjes gehad achteraf, maar niets dat niet met een telefoontje of een kort ambulant advies kon worden opgelost.

Ik denk dat mijn verhaal niet uniek is. Ik denk dat er nog vrouwen zijn die zich fit en goed voelen na een bevalling, die genoeg hebben aan kraamzorg aan huis (heb ik gekregen na mijn poliklinische bevalling). Waarom is het nu weer nodig om op de barricades klimmen omdat Maggie De Block nog maar opwerpt dat we hier in België wel erg lang opgenomen blijven na een bevalling en zich afvraagt of dat niet korter kan? Of is dat is een verworven recht, een 5-daags verblijf op de kraamafdeling, net zoals het stemrecht voor vrouwen? Als dat verblijf korter kan in veel Europese landen, waarom dan niet bij ons? Kraamzorg bestaat al, wie zegt dat dit niet kan worden uitgebreid? Natuurlijk zal een langer verblijf soms wél noodzakelijk zijn en ik twijfel er geen seconde aan dat dit ook in de toekomst nog zal kunnen. Maar als ik de reacties lees op de plannen van Maggie De Block, lijkt het wel alsof het vaker wel dan niet nodig is om lang in het ziekenhuis te blijven… Misschien is er dan wel iets mis met ons idee over de kraamperiode.
Want, als ik even stout mag zijn: moet je per se in een ziekenhuis blijven bij deze klachten, die Cathérine Ongenae in haar artikel beschrijft: “er getormenteerd uitzien, een gezicht vol bloeduitstortingen, niet op de benen kunnen staan, niet kunnen zitten, op zetpillen leven, flauwvallen omdat het toiletbezoek zo pijnlijk is, niet in de schoenen geraken, knieën van pudding, kleren die niet lekker zitten, hormonenbalans net gekeerd” of kan je dat thuis, mits hulp, ook wel overleven? Toen ik, jaren geleden, de échte griep had tijdens mijn derde zwangerschap, mijn kinderen niet kon optillen van de spierpijn, rilde, niet op mijn benen kon staan, bij elke hoestbui dood leek te gaan, geen enkele pijnvrije houding kon vinden, op pijnstillers leefde en me echt rotslecht voelde, was ik ook gewoon thuis en niet in een ziekenhuis, zoals de meeste mensen die een griep doormaken. Zou je dan na een lastige bevalling en tijdens een moeizame kraamperiode ook niet thuis kunnen herstellen en je weg leren vinden, mits hulp en goede informatie?

 

Advertenties
h1

Dit zijn koude winterdagen

9 januari 2015

Akelig, vind ik het. Zoveel mensen neergeschoten op enkele dagen tijd, uit naam van Allah (onbegrijpelijk en onaanvaardbaar) en om onze democratie en onze vrijheid en onszelf te beschermen. Extremisme en de jacht op extremisten, met collateral damage. En wat ik al even akelig vind zijn sommige ongenuanceerde heftige reacties. Ik krijg het koud als ik Bart De Wever hoor met zijn eeuwige polarisatie en zijn intussen afgezaagde zij/wij-verhaal. ‘Verbondenheid’ en ‘samenhorigheid’ en ‘warmte’ zijn toch echt niet de woorden waarmee ik hem associeer, hoewel ze voor mij essentieel zijn om een samenleving goed te doen draaien. En op Facebook lees ik reacties als: “Wie zich hier niet wil aanpassen moet eruit en met zoveel mogelijk!” Alsof dat de oplossing is. Fanatisme en extremisme beangstigt me, of het nu religieus is of niet.

h1

Eureka!

7 januari 2015

Als je de media en sociale media een beetje volgt, blijft de moeilijke combinatie werk – gezin een steeds terugkerend thema. Vandaar mijn voorstel. Laat mensen, als ze pakweg 60 zijn, kiezen of ze willen blijven werken tot hun 65e of op brugpensioen willen gaan. Wie voor brugpensioen kiest, wordt gevraagd om jonge gezinnen een aantal uur per week te ondersteunen. Kinderen naar school brengen, kinderen ophalen na school, papieren ophalen op het gemeentehuis, thuis wachten tot de man van Telenet langskomt om de nieuwe modem te installeren, iets binnenbrengen bij de bank, op een ziek kind passen, een paar dagen babysitten als de crèche dicht is; dat soort dingen. Allemaal kleine taken die jonge gezinnen kunnen ontlasten. Jonge ouders zouden zich niet meer in bochten hoeven te wringen om alles gedaan te krijgen en de discussie over de pensioenleeftijd kan ook stoppen, want mensen kunnen vroeger op pensioen, op voorwaarde dat ze zich nog enkele jaren in beperkte mate ten dienste stellen van de jongere generaties. Wat denkt u? Zou ik het eens voorleggen aan onze politici?

h1

Reactie

19 december 2014

Enkele dagen geleden schreef mijn blogvriendin Ilse dit. Haar blogberichtje raakte me. Niet voor het eerst en gewoonlijk laat ik dan een reactie achter als ‘Zo herkenbaar!’. Deze keer wil ik wat uitgebreider reageren.

Ik heb geen kinderen met dyslexie, dus daar kan ik niet over meespreken. Maar ik herken het beeld wel dat Ilse beschrijft: concentratieproblemen, gebrek aan structuur en vooral een totale onwetendheid als het op studeren aankomt. Zo zijn onze oudste drie kinderen aan de middelbare school begonnen. De jongste zit nu in het zesde leerjaar en lijkt een ander type te zijn. En als ik vriendinnen hoor vertellen, is dat een altijd weerkerend thema: kinderen die zich niet kunnen concentreren, niet weten hoe ze moeten studeren, denken dat ze de leerstof kennen als ze alles eens een keer hebben gelezen (aan een tempo dat ik onmogelijk kan evenaren, hoewel ik altijd een heel snelle lezer ben geweest), een puinhoop maken van hun studiemateriaal en studie-omgeving. Zodra ze een keer overhoord worden, vallen ze compleet door de mand.
Het lijkt dus een veralgemeend probleem te zijn, dat bij kinderen met een labeltje (dyslexie, ADHD, autisme, dyscalculie,…) nog veel groter lijkt te zijn dan bij andere kinderen.
Wij voeren hier al enkele jaren bij momenten een ware strijd om de kinderen de motiveren, aan het werk te krijgen, te leren studeren, te leren volhouden, te laten inzien dat voor de meeste kinderen, ook voor hen, op tijd beginnen en regelmatig herhalen belangrijk zijn om iets écht te kennen tegen het examen. Ik heb het gevoel dat dit een dagelijks onderdeel is geworden van onze opvoeding. Niet omdat we willen dat ze een ik-weet-niet-wat-voor diploma behalen, niet omdat ze hoge cijfers moeten halen, niet omdat we willen dat ze de beste van de klas zijn. Nee, omdat we willen dat ze zich inzetten, dat ze hun talenten ontplooien, dat ze alle kansen openhouden. Onze kinderen mogen worden wat ze willen. Bakker, ingenieur, verpleegkundige, tuinman, technicus, paardenverzorger,… om het even wat waar hun hart naar uit gaat. Maar wat de jongste zoon vorig jaar zei, klopt helaas in dit land: “Bakker kan ik later nog altijd worden. Maar als ik nu niet goed studeer, zal ik later geen piloot kunnen worden.” Annemie Turtelboom is dan wel van een TSO-richting naar een ASO-richting overgestapt en er mag om de haverklap wel worden beweerd dat de schotten tussen BSO, TSO en ASO zullen verdwijnen, voorlopig is het nog altijd zo dat er deuren worden gesloten als je verandert van ASO naar TSO naar BSO. Daarom laten we ze niet zomaar doen, maar verwachten we dat ze hun best doen op school. Begeleiden we, stimuleren we, moedigen we aan. In de hoop dat ze later, als ze echt gaan kiezen wat ze willen doen in hun leven, nog alle kansen hebben om dat te doen wat hen aanspreekt en niet moeten vaststellen dat het bijna een onmogelijke opdracht zal zijn om hun doel te bereiken.
In dit blogpostje wil ik verder gaan dan beschrijven hoe wij het zien en hoe wij het doen. Er is namelijk iets dat al heel lang bij mij wringt. En wel dit. Kinderen als die van Ilse en mij hebben geluk. Geluk dat hun ouders de tijd, de energie en de kennis hebben om dit allemaal te doen. Dat maakt hen bevoorrecht. Maar wat met al die kinderen, met of zonder labeltje, van wie de ouders geen tijd, energie of kennis hebben om hen te stimuleren, te motiveren, te begeleiden, te helpen? Wat als een kind niet uit zichzelf een flinke, brave, goede student is en de ouders niet kunnen doen wat wij doen? Ik vrees dat veel van die kinderen uiteindelijk afhaken, geen diploma of een diploma ver onder hun mogelijkheden behalen. Wat hun kansen op de arbeidsmarkt verkleint en het risico op financiële en andere problemen vergroot.
Voor mij is dat één van de grootste problemen in ons onderwijs zoals het de dag van vandaag eruit ziet: er wordt heel veel van ouders verwacht en en voor heel wat ouders is het gewoonweg onmogelijk om aan die verwachtingen te beantwoorden. Omdat ze geen Nederlands begrijpen, omdat ze ziek zijn, omdat ze er alleen voorstaan en geen energie over hebben als ze thuiskomen van hun werk, omdat ze zelf nauwelijks gestudeerd hebben,…
Concreet: in het eerste leerjaar zei de juf van onze oudste dat het lezen toch wat moeizaam ging, of we wat extra wilden oefenen. Wat we natuurlijk deden. Omdat ik kan lezen, Nederlands kan lezen, op tijd thuis was en energie had om nog met hem te lezen voor hij naar bed moest. Wie zou dit opgevangen hebben als we dit niet hadden gedaan? De zorgjuf? Die heeft tijd tekort. De juf na de schooluren? Dat kan je onmogelijk van leerkrachten verwachten. Wie dan wel? Familie? Vrienden? Wat als we daar, om welke reden dan ook (zelf aan het werk, te ver wonen), niet op zouden kunnen rekenen?
Wij helpen onze kinderen al jaren. Met kleine vragen, grotere problemen. Niks spectaculairs vinden we zelf, maar misschien en waarschijnlijk wel een onmogelijke opgave voor andere ouders die het minder gemakkelijk hebben dan wij. Ik ben er van overtuigd dat onze kinderen al lang niet meer zouden studeren wat ze nu studeren (en zelf willen studeren), als wij het niet zo hadden gedaan.
Zouden we het onderwijssysteem niet zo kunnen hervormen dat kinderen meer begeleiding, huiswerkbegeleiding, krijgen op school? Dat er huiswerkklassen komen zodat alle kinderen gelijke kansen krijgen? Nu worden de kansen te veel bepaald door de omgeving waarin kinderen geboren en opgevoed worden.

h1

In de kerk / Kerk

30 november 2014

Vandaag in de kerk. Twee vrouwelijke sergeant-majoors die als echte gendarmes bazig meedeelden wat we wel en niet mochten / moesten doen. Een priester die met het opgeheven vingertje stond te oreren, goedbedoeld maar in mijn oren toch denigrerend sprak over de apostelen, die simpele zielen waren, want vissers die niet veel gestudeerd hadden, en als uitsmijter meegaf dat we waakzaam moesten zijn (het thema van de viering) en dus altijd ons huis in orde moeten houden en ons bed moeten opmaken. “Die heeft mijn vorige blogbericht niet gelezen,” dacht ik. En ook: “Geen wonder dat er weinig extra zieltjes gewonnen worden.” Er stonden kaarsjes en ze hadden het over het licht dat ze elke week gingen laten groeien (de advent is begonnen) en ik dacht: “En waar is de warmte in deze kille, koude kerk, met deze bazige, koude, afstandelijke mensen?”
Het hoogtepunt van de viering: een vader in loopoutfit die een half uur te laat binnenkwam met zijn dochter, haar via het zijpad begeleidde naar de eerste (!) rij, haar daar liet plaatsnemen, zich voorover boog om haar nog iets toe te fluisteren en toen in looppas (echt, ik zweer het, hij begon te lopen) via het middenpad naar buiten liep. De catechisten keken elkaar rologend aan, met een licht spottende glimlach om hun mond, fluisterden elkaar iets toe en lachten. Wederzijds respect was ver te zoeken.
Nee, dit is niet echt het soort Kerk waartoe ik wil behoren. Ik sta er nog met één been in, maar niet omdat de mensen die de praktische kant van de zaak beheren me inspireren. Pfft.

h1

Ice Bucket Challenge

28 augustus 2014

Ik ben genomineerd voor de Ice Bucket Challenge.
En nu? Ik zou mezelf niet zijn als ik deze hype niet al weken aan ’t analyseren zou zijn. Met soms meer vragen dan antwoorden, begrip, maar ook kritiek, enthousiasme en weerstand tot gevolg.
Toen ik de eerste keer zo’n filmpje zag, ergens in augustus, vond ik dat wel grappig. En het goede doel steunen, wie kan daar nu tegen zijn? ALS ligt me hoe dan ook al nauw aan het hart omdat mijn ‘tante’ (eigenlijk een nicht van mijn moeder, die voor mij als een tante was en bij wie ik in mijn kindertijd bijna elk jaar ging logeren – ze woonde aan zee) aan de ziekte overleden is. Ik herinner me dat ik, toen ze ziek werd, pas aan de universiteit was beginnen te studeren en onmiddellijk naar de bib ben gerend om op te zoeken wat ALS precies was. Ik vraag me af of al die mensen die intussen een Ice Bucket over hun hoofd hebben laten uitkieperen nu weten wat ALS is. Hebben ze het opgezocht? Er iets over gelezen? Er zich over laten informeren, op welke manier dan ook? Of wilden ze gewoon meedoen met de laatste hype?
Naarmate ik meer filmpjes zag en hier en daar iets over de uitdaging las, begon ik me af te vragen wat nu precies de uitdaging was. Was het niet: òf een emmer koud water over je hoofd, òf 100 dollar (of euro) aan de ALS-liga doneren? Iedereen kiest blijkbaar voor de emmer, wordt er dan nog wel gedoneerd? Ja, zo bleek. Want je kan natuurlijk voor de emmer kiezen én doneren. Wat ik, als (té) kritische mens, dan wat raar vind. Waarom zou ik een emmer water over mijn hoofd laten gieten als ik geld wil storten voor een goed doel? Om aan iedereen te laten zien: “Kijk eens, ik geef geld aan een goed doel!”? Of omdat ik zo graag mee wil doen met de hype? Omdat ik bang ben dat iedereen zou zeggen: “Flauw, hoor, doneren en niet meedoen met de ijsemmer.”? Dat gaat in tegen hoe ik wil zijn. Ik wil niet iets doen louter en alleen omdat iedereen het doet.
Wil ik een emmer water over mijn hoofd krijgen? Eigenlijk niet. Al zeker niet als ik erover ga nadenken. “Verspilling”, komt in mij op, als ik de reeks filmpjes op FB aan de lopende band zie voorbij komen. U moet weten, ik hang mijn was op in plaats van die in de droogkast te steken om geen energie te verspillen. Ik was en strijk pas na 21 uur. Idem voor het aanschakelen van de afwasmachine. Ik verplaats me zoveel mogelijk met de fiets. Ik wil eigenlijk zo snel mogelijk een elektrische, milieuvriendelijke auto in plaats van een klassieke auto. Ik zeur als de kinderen de koelkast te lang laten openstaan of water laten lopen. Waarom zou ik dan een emmer water over mijn hoofd leeg kappen? Foetsie, weg. “Och, één emmer, wat kan dat nu kwaad?” zult u zeggen. Ja, dat is wel waar, maar toch. Het zijn intussen vele emmers geworden, zo te zien. Goed, het kunnen emmers regenwater zijn. Met de hoeveelheid die de afgelopen dagen gevallen is, kan ik allicht ook wel een emmer vullen. Maar toch. Het wringt. Zoveel mensen hebben geen toegang tot drinkbaar water, hele streken worden geteisterd door droogte. Met zijn allen dan maar water verspillen? Anderzijds vind ik dat ook verzuurd klinken. Plezier maken is leuk, waterspelletjes zijn leuk. Een soort hype als deze zorgt voor verbondenheid, amusement, vrolijk gelach. We delen iets samen. En daar ben ik dan weer geweldige voorstander van. Moet ik dan kritisch reageren en zeggen: “Nee, ik doe niet mee.”?
Nog een bedenking. Er gaat nu blijkbaar heel veel geld naar de ALS-liga. Heel goed natuurlijk. Maar wat met de andere goede doelen? Want, laat ons wel wezen, we geven niet onbeperkt. We hebben allemaal min of meer in ons hoofd hoeveel we op een jaar willen doneren.
Veel kritiek dus.
Anderzijds, wegen al die kritische argumenten op tegen de grote voordelen van deze hype? ALS krijgt nu veel meer aandacht, bekendheid en en een pak meer geld dan voordien. Maakt de manier waarop uit? Uiteindelijk lijkt het in deze tijd een kwestie te zijn van origineel uit de hoek te komen en het nodige geluk te hebben om mensen voor iets warm te kunnen maken. Ja, ijsemmers kosten geld, maar een grote advertentiecampagne kost ook geld. Veel geld zelfs. En de Ice Bucket Challenge is misschien wel een leukere manier om mensen te mobiliseren dan al die bedelbrieven of een saai radiospotje. Ja, er zullen mensen zijn die gewoon meedoen, nog altijd niets weten over ALS en niets doneren. Maar weegt dat op tegen de velen die door deze hype wel doneren? En de critici, die vinden dat ALS nu te veel krijgt, die bang zijn dat andere goede doelen te weinig zullen krijgen, hebben misschien wel ongelijk, want misschien worden die critici er nu toe aangezet om aan een ander goed doel te schenken. Ik hoop trouwens dat de kritiek die her en der verschijnt ons gewoon doet nadenken over ‘charity’, het goede doel en wat we daarvoor willen doen.
Conclusie: ik kijk naar de hype, geniet ervan (ik geniet nog altijd na, als ik aan het filmpje denk waarin de jongste zoon een emmer water over zijn vader mocht uitgieten, ik hoor zijn aanstekelijke lach nog klinken), ook van het gemeenschapsgevoel dat bij dat soort dingen ontstaat, voel mezelf niet zo aangesproken om een emmer water over mijn hoofd leeg te gieten, zeker niet in deze weersomstandigheden, maar ga wel iets doneren, aan een goed doel (manlief heeft na zijn ijsemmer al voor een donatie voor de ALS-liga gezorgd, als weegschaal zorg ik voor het evenwicht).

h1

Euthanasie bij kinderen

11 februari 2014

Ik kan het me niet voorstellen, dat de medische wereld niet in staat zou zijn om pijn en lijden bij terminaal zieke kinderen voldoende te verlichten. Ik kan begrijpen dat de dood mensen beangstigt. Dat lijden en pijn mensen beangstigen. Ik kan begrijpen dat je als ouder je kind niet wil zien lijden. Maar zouden artsen dan geen pijnstillers geven? Zware pijnstillers? Desnoods zo zwaar dat je kind slaapt, dat je kind onder verdoving wordt gebracht? Ik denk dat ik mijn kind liever zachtjes zou zien wegglijden, onder die zware pijnstillers, dan het te zien doodspuiten.
Ik begrijp niet goed waar die vraag om euthanasie bij kinderen vandaan komt. Bij volwassenen ook niet trouwens. Maar misschien ken ik het te weinig. Misschien heb ik het te weinig gezien. De keren dat ik het gezien heb, terminaal zieke mensen die pijnstillers kregen en weggleden (misschien sneller dan zonder die zware pijnstillers zoals morfine), vond ik er niets mensonwaardigs aan.
Ik vraag me af wat iemand als Jean-Jacques De Gucht dan meer gezien heeft dan ik, dat hij over dit thema zo’n strijd voert. Gaat dit over het ultieme recht op zelfbeschikking? Of gaat dit over een jonge politicus, zoon-van, die zichzelf wil profileren? Ik geloof hem niet, als ik hem hoor. Ik hoor hem praten over iets wat hij, denk ik, nooit van dichtbij heeft gemaakt, maar enkel kent van horen. En hij zal wel veel gehoord hebben. Ik vind het een beetje beangstigend dat iemand met nog zo weinig levenservaring en maturiteit en in mijn ogen niet bijster veel wijsheid (wat iets anders is dan intelligentie) of empathisch vermogen, mee beslist over zulke wetten.
Ik krijg een akelig gevoel bij dit soort discussies. Ik vertrouw – ten onrechte? – op de wijsheid van de artsen die mijn kinderen behandelen. Ik hoef hier geen wet voor.