Archive for the ‘Commentaar’ Category

h1

Studie- en schoolloopbanen

30 september 2013

Een onderzoeksteam van de KUL voert in opdracht van de Vlaamse overheid een onderzoek uit: “Loopbanen in het Secundair Onderwijs”. Bedoeling van het onderzoek is om een betere kijk te krijgen op de manier waarop jongeren het middelbaar onderwijs doorlopen. De school van onze zoon doet mee aan dit onderzoek en wij moesten in het begin van het jaar toestemming geven om onze zoon te laten deelnemen. Hij moet af en toe tests/toetsen doen, net als alle andere kinderen die deelnemen. Vandaag kreeg hij een vragenlijst mee voor de ouders. Vragen over de keuze van het studieprogramma, de keuze van de school, de verwachtingen over de schoolloopbaan van onze zoon, onze mening over onderwijs, ons gezin (samenstelling, afkomst, ook van de grootouders, taal, diploma, werk, inkomen, activiteiten van ons en ons kind (lezen, cultuur, sport, sociale contacten)).
Zonder arrogant te willen zijn, denk ik: ik weet wat dit onderzoek zal opleveren. Ik weet nu al wat de schoolloopbaan van kinderen beïnvloedt. Door mijn eigen ervaringen met de onderwijswereld.
Wij zijn hoogopgeleide ouders met een goed inkomen. Wij passen perfect in het plaatje van wat scholen/leerkrachten verwachten van ouders: begeleiding, stimulans, opvang, sturing, enz. Als ik zie wat ik de afgelopen jaren allemaal heb gedaan voor mijn kinderen (en ik ben dan nog een ouder die zich weinig bezighoud met de studies van mijn kinderen in vergelijking met veel andere ouders in mijn omgeving), zoals uitleg geven als ze iets niet begrijpen, samen lezen, contact opnemen met leerkrachten als dat nodig is, extra overleg op school bij mijn ‘zorg-kinderen’, hen ondervragen als ze dat willen, resultaten opvolgen, hen stimuleren om hun taken te maken en lessen te leren, hen stimuleren om hun best te doen op school,… Als ik dat niet zou gedaan hebben, zou onze oudste zoon misschien al half afhaken en in het beruchte watervalsysteem terechtkomen. Idem dito voor de oudste dochter en jongste zoon. De jongste dochter aardt in het onderwijssysteem zoals het nu bestaat, een onderwijssysteem dat in mijn ogen gericht is op brave, verstandige, gemotiveerde meisjes die het goed willen doen en hun leerkrachten willen behagen. Een onderwijssysteem dat niet gericht is op jongeren die al die begeleiding, stimulans, sturing enz. niet krijgen van hun ouders, omdat de ouders geen tijd hebben (wees maar eens een alleenstaande, hardwerkende moeder die moeite moet doen om de eindjes aan elkaar te knopen en laat thuis komt), omdat de ouders het Nederlands niet machtig zijn (oefen maar eens maan-roos-vis als je geen letter Nederlands kan lezen, neem maar eens contact op met leerkrachten als je geen Nederlands spreekt), omdat de ouders zelf moeite hebben om te begrijpen wat hun kinderen leren, omdat de ouders geen geld hebben voor bijles, logopedie, enz. Een onderwijs dat ook niet gericht is op de doorsnee jongen op tienerleeftijd, die wil sporten, plezier maken met de vrienden, zich uitleven en zonder stimulans van de ouders dikwijls niet veel uitvoert.
Ik zie in mijn omgeving van hoogopgeleide tweeverdieners veel kinderen die misschien nooit een diploma of een veel lager diploma zouden behalen als ze in een ander gezin zouden opgroeien. Zolang het onderwijs dat niet opvangt, door kinderen bijvoorbeeld tot 18 of 19 uur op school te houden en daar onder begeleiding hun taken en lessen te laten aanpakken, zal het mantra ‘Gelijke kansen voor iedereen’ dode letter blijven.
Ik kan u dus nu al zeggen dat uit dit onderzoek, dit LiSO-project, zal blijken dat kinderen van hoogopgeleide, Nederlandstalige ouders met een goed inkomen een heel andere schoolloopbaan zullen hebben dan kinderen van ouders die geen Nederlands spreken, niet afkomstig zijn uit België, laagopgeleid zijn en erg geïsoleerd staan in onze maatschappij.

Advertenties
h1

Alcohol voor jongeren

20 juni 2013

Lees dit artikel, en dan vooral wat Frieda Matthys zegt. Hoe kun je dan nog reageren zoals heel wat politici nu doen? Onbegrijpelijk.
Laten we de woorden van Maya Detiège eens toepassen op… studeren. “Jongeren moeten leren om verantwoordelijkheid op te nemen. En dat leer je met vallen en opstaan. Als ze dan een keer te veel drinken (lees: te weinig studeren) en de volgende dag een kater hebben (lees: gebuisd zijn), zullen ze daar hopelijk lessen uit trekken. Maar als je als maatschappij alle verantwoordelijkheid uit hun handen blijft nemen en hen overbeschermt, dan denk ik niet dat je hen op lange termijn een dienst bewijst.”
Ik lees over een ‘maatschappelijk draagvlak’ dat er niet zou zijn. Waarschijnlijk klopt dat nog ook. Alcohol drinken op 16 jaar, weinig ouders hebben daar een probleem mee. Een dronken tiener. Moet kunnen. Hoort erbij. Daaruit leren ze. We zijn toch ook jong geweest…
Aan de andere kant maken ouders mee het huiswerk van hun kinderen, steken ze spreekbeurten in elkaar en knutselen ze maquettes. Steeds meer ouders nemen een dag of zelfs dagen vrij om hun studerende kinderen te helpen, te controleren, naar hun kamer te sturen, omdat ze toch maar zeker zouden slagen. Dan gelden ‘leren verantwoordelijkheid op te nemen’ en ‘leren met vallen en opstaan’ en ‘hopelijk lessen uit trekken’ blijkbaar niet meer. Dan mogen we wel overbeschermen en verantwoordelijkheid uit hun handen nemen. Terwijl een buis hebben of een jaartje moeten overdoen of slechte punten behalen op een taak of toets volgens mij minder schadelijk voor de hersenen en de ontwikkeling van het kind zijn dan op 16 jaar een keer zwaar doordrinken. Vreemd.

h1

Vragen voor politici

1 april 2013

Als ik een journalist was, zou ik de volgende vragen stellen.

Aan Bruno Tobback:
Waarom wil de sp.a absoluut dat de bus gratis blijft voor 65-plussers? Mijn moeder, mijn schoonouders, mijn tantes en nonkels, de ouders van vrienden,… hebben dikwijls meer geld en middelen dan wij, veertigers. Huis afbetaald, kinderen de deur uit, de meeste een mooi pensioen. Ze hebben niets te kort. Waarom wil de sp.a die mensen per se een busabonnement cadeau blijven geven?
Mijn voorstel: geef een gratis abonnement aan mensen die het écht nodig hebben, ongeacht hun leeftijd.

Aan Pascal Smet:
Waarom is het systeem van vaste benoemingen van leerkrachten zo star? Wie vastbenoemd is, kan – als ik het goed begrepen heb – met die vaste benoeming niet zomaar binnen een andere scholengemeenschap beginnen te werken. Iemand die wacht op een vaste benoeming, blijft ook het best in dezelfde scholengemeenschap of kan weer van 0 beginnen om kans te maken op een vaste benoeming.
Mijn voorstel: als je die vaste benoeming dan toch wil behouden (waar ik op zich al geen voorstander van ben), laat ze dan gelden voor om het even welke school.

Aan Monica De Coninck:
Fijn dat u, en samen met u de hele regering, ervoor pleit om mensen langer aan het werk te houden. Maar hebt u er eigenlijk enig idee van hoe weinig flexibel en inventief veel bedrijven zijn om die oudere werknemers aan het werk te houden? Beseft u wel dat sommige bedrijven zelfs oudere mensen bewust ontmoedigen om aan het werk te blijven?
Ik zou zo graag eens een uurtje met u praten om u concrete voorbeelden te kunnen geven. Want ik ben er zeker van dat u niet zou goedkeuren wat nu soms gebeurt.

Aan Laurette Onkelinx:
Hoe is het mogelijk dat u met een Nederlandstalige vader zo slecht Nederlands spreekt?

h1

Er boenk op

16 februari 2013

Mme Zsazsa stond blijkbaar in De Morgen. En zei iets heel interessant over Bart De Wever. Naast nog andere interessante dingen. Maar vooral dat stukje over Bart De Wever moet u eens lezen. Dat is er boenk op.

h1

Neutraliteit

13 februari 2013

Vorige week mocht ik op het gemeentehuis mijn nieuwe identiteitskaart gaan afhalen. De vrouw aan de balie handelde alles rustig, zakelijk en efficiënt af. Veel praten kwam er niet aan te pas. Nooit eigenlijk. Ik krijg niet goed hoogte van haar. Ik keek naar haar en vroeg me af wat ze dacht. Ik met mijn maatje 36, zij met serieus wat overgewicht. Ik die, toen ik opstond, moeilijk recht geraakte omdat mijn turnmatje, dat op mijn rug hing, achter de leuning van de stoel bleef hangen. Zij die niet eens tussen de leuning van de stoel zou geraken. Ze keek, zei niets. Maar wat dacht ze? Hoe neutraal zouden haar gedachten over mij zijn? Gelukkig had ze geen t-shirt aan met de tekst: “Ik hààt slanke mensen!”, want dan zou ik me zéker ongemakkelijk hebben gevoeld.
Tot zover de ironie.
Ik begrijp het debat van de laatste weken over neutraliteit achter het loket niet. Dat mensen achter een loket er een beetje representabel uitzien, vind ik maar normaal. En dat je geen t-shirts met beledigende teksten draagt, daar hoeft niet over gediscussieerd te worden. Dat mensen achter een loket hun klanten neutraal horen te behandelen, daar zijn we het allemaal over eens, denk ik. Maar waarom mogen ze hun overtuiging niet uiten? Waarom mogen we niet weten of/dat ze homo, katholiek, moslim of hindoe zijn? Kunnen ze ons dan niet meer neutraal en correct behandelen? En wat is dat, er neutraal uitzien? Gemanicuurde handen, diamanten aan elke vinger, het perfecte kapsel en make-up, en misschien nog botox ook. Is dat neutraal? Mag iemand achter een loket opkomen voor een politieke partij? Volgens mij stond de man achter het loket in ons postkantoor op een lijst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Mag dat wel? O ja, De Post is geen overheidsbedrijf meer. Dus misschien gelden dan andere regels. En al die spoorwegmensen die af en toe eens staken. Mogen die wel met rode of groene vlaggen zwaaien tijdens hun betogingen? Is dat neutraal?
Ik kan zo nog wel even doorgaan. Mijn punt: mensen hoeven er niet neutraal uit te zien in een overheidsfunctie. Dat kan trouwens niemand, er neutraal uitzien. Ze moeten hun klanten neutraal behandelen, onafhankelijk van hun persoonlijke, religieuze, politieke, enz. overtuiging.

h1

Een groot gezin – deel 2

4 februari 2013

De reacties op mijn vorige bericht geven me inspiratie voor een deel 2 over ons (groot) gezin. In tegenstelling tot Lies ben ik opgegroeid tussen gezinnen met meer dan 2 kinderen. En ik vond die gezinnen meestal leuker dan gezinnen met 1 of 2 kinderen. Meer leven. Ambiance. Gezellig. Wij waren thuis met 3. Veel vrienden van mijn ouders hadden 3 kinderen. En zelfs 4. Mijn ouders zelf kwamen uit een groot gezin (niet zo uitzonderlijk in die generatie). Een zus van mijn vader heeft 4 kinderen, een andere zelfs 5. Mijn beste vriendin uit mijn jeugdjaren was de jongste van 6. Een andere vriendin had 2 broers en 2 zussen. Ik was een beetje jaloers op de drukte, de levendigheid, de gezelligheid die in al die grote gezinnen heersten. Er viel altijd iets te beleven. Er werd gelachen. (Waarschijnlijk niet altijd, maar ik woonde daar natuurlijk niet.) Ja, ik had zeker een romantisch beeld van grote gezinnen. En ook nu ken ik vooral gezinnen met minstens 3 kinderen.
Voor mij was de grootste verandering de stap van geen naar 1 kind. Zonder kinderen doe je wat je wil. Met kinderen verandert heel je leven. Ik vond dat een vanzelfsprekende aanpassing en het is verreweg het beste wat me is overkomen in mijn leven: manlief tegenkomen en samen met hem kinderen krijgen.
De op een na grootste verandering is de stap van 2 naar 3 kinderen. Omdat je dan als koppel een stuk controle verliest. Je kan elk 1 kind in de gaten houden en zelfs als je alleen bent, heb je 2 handen voor 2 kinderen. De andere kinderen ontsnappen automatisch een stuk aan de aandacht. En ik kan best begrijpen dat niet iedereen het even fijn of comfortabel vindt om een stuk controle te verliezen. Veel mensen voelen zich zelfs veel prettiger bij een zo gecontroleerd mogelijk leven. Ik niet. Ik vind dat voor mezelf saai, niet opwindend genoeg. Ik vind het ook goed voor kinderen dat ze al eens aan de aandacht kunnen ontsnappen, dat ouders niet te dicht op hun vel kunnen zitten (onbewust dikwijls), omdat er meerdere kinderen zijn. Ik vind het ook zalig dat onze kinderen de laatste dagen regelmatig samen zitten te kaarten, dat ze samen aan tafel over gebeurtenissen op school praten, over FB-conversaties praten enz. Ik zie vaak drukte en gezelligheid en samenhorigheid en verbondenheid en geniet daarvan. Is het dan altijd peis en vree hier? Nee, hoor. Integendeel. Hier wordt gekibbeld en geruzied en geduwd en getrokken. Maar nooit lang. Ik durf zelfs beweren dat er meer ruzies ouders-kinderen dan kinderen-kinderen zijn. Vooral omdat we er eentje hebben rondlopen met een speciale handleiding die wij niet goed snappen. En de handleiding die wij haar aanreiken, ziet zij dikwijls niet zitten. En ja, we hebben 1 grote auto, met 7 zitplaatsen. Maar eerlijk, ik zie heel wat gezinnen met wel een erg grote auto voor hun 2 kinderen, want hoe moeten ze anders op vakantie? Een wat vreemde redenering, heb ik altijd gevonden, maar het is echt wel zo dat er meer monovolumes zijn dan gezinnen met 4 of meer kinderen.
Het enige jammere aan onze gezinssituatie vind ik dat ze wel erg uitzonderlijk blijft. Niet de 4 kinderen op zich, al zijn er in onze dichte omgeving niet zoveel gezinnen met 4 of meer kinderen. Wel het feit dat we bewust 4 kinderen op 4 jaar tijd hebben gekregen [héél weinig felicitaties en vreugde bij de aankondiging dat nr. 4 op komst was, wel reacties gaande van bezorgdheid, gelatenheid (“ja, dat is jullie keuze, hè) tot vervelende en soms zelfs negatieve reacties die daarbij lijken te horen – ik herinner me de commentaren met het woord konijnen nog maar al te goed en word, als ik eraan denk, nog altijd boos op de persoon in kwestie die het nodig vond om ze te gebruiken – u mag 1 keer raden hoeveel kinderen hij intussen heeft en u proberen voor te stellen wat voor leven hij leidt, maar dat terzijde], en dat we allebei zijn blijven werken, mijn man voltijds, ik soms voltijds, soms wat minder. De manier waarop we leven (4 kinderen op 4 jaar tijd, allebei werken, hobby’s, een redelijk druk sociaal leven, veel vrijwilligerswerk, maar dan ook wel een huis dat nooit in orde is en een tuin waar eeuwig werk in is) is een manier die niemand lijkt te kiezen, en dat vind ik soms jammer. Het geeft me vaak een eenzaam gevoel. We wonen dan ook nog eens in een omgeving waar uiterlijk en prestige belangrijk zijn. Huizen die rechtstreeks in decoratietijdschriften kunnen verschijnen. Tuinen onderhouden door de tuinier, waarin elk grassprietje juist lijkt te liggen. Kinderen met altijd keurig verzorgde schoenen en kleren die rechtstreeks uit de winkel lijken te komen. Meisjes die al als kleuter met een keurig geknipt kapsel en een speldje op de juiste plaats (de hele dag lang!) naar school gaan. Auto’s die altijd net uit de carwash lijken te komen en waarin niet gegeten mag worden (redelijk confronterend naast mijn rijdende brood- en koekjeskruimelverzamelaar). Controle, controle, controle. Dat lijkt hier vaak het codewoord te zijn. Het contrast met ons huis en onze tuin en onze auto’s en onze manier van leven is vaak groot. En zoals ik al zei, geeft dat me regelmatig een eenzaam gevoel. Maar al bij al zou ik exact dezelfde keuze maken als ik opnieuw zou kunnen kiezen. Zeker weten.

h1

Een groot gezin

3 februari 2013

Eigenlijk was ik van plan eerst nog wat andere berichtjes te posten, onder andere eentje met een foto van de maquette van de zoon (zie vorige bericht), maar ze geraken niet uit mijn hoofd op papier. Te weinig tijd, andere prioriteiten, geen zin, geen inspiratie om het goed neer te schrijven en andere excuses zijn van toepassing. Maar nu is er eentje dat vers in mijn hoofd klaar zit en eruit wil. Een reactie op het artikel in De Standaard, in DS Weekblad eigenlijk, over grote gezinnen, waarover u hier en daar misschien al gelezen hebt.
Ik was verrast dat het artikel over gezinnen zoals het onze ging. Er werden drie gezinnen voorgesteld. Een met vijf kinderen, een met vier kinderen en een met vier kinderen en een vijfde op komst. Daar denk ik niet aan als ik ‘groot gezin’ lees. Bij grote gezinnen denk ik aan gezinnen met 7 of 8 kinderen, die niet meer allemaal samen in 1 auto kunnen. Gezinnen waar in shiften wordt gegeten. Die twee wasmachines nodig hebben. Waar een gewoon fornuis niet meer volstaat om een maaltijd voor het gezin klaar te maken, bij manier van spreken.
De journaliste leek grote gezinnen (met 4 of 5 kinderen dus) heel speciaal te vinden en leek in het artikel op zoek te gaan naar redenen waarom mensen daar bewust voor zouden kiezen. Terwijl die keuze voor 4 kinderen voor mij vanzelfsprekend was. Net zoals het voor veel andere mensen allicht vanzelfsprekend is om voor 1 of 2 of 3 kinderen te kiezen. Ieder zijn ding.
Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen, ook mensen met 2 of 3 kinderen, zich wel konden herkennen in wat de ouders in het artikel vertelden. Rust, ruimte voor jezelf: niet altijd gemakkelijk te vinden. Herkenbaar? “Anarchie is geen optie,” lees ik. Bij u dan wel, moeder met 2 kinderen? “Ons gezin leeft op routine.” Is dat zo anders bij kleinere gezinnen? Proberen niet alle ouders een zekere routine in hun gezin te brengen? Als je al die opvoedingsprogramma’s op televisie mag geloven, is routine trouwens goed voor kinderen. En voor rust in het gezin. “Het blijft, bovenal, een kwestie van organisatie. En routine, veel routine – ook hier.” vertelt een ander koppel. In elk gezin met kinderen, denk ik dan. De moeder kiest ervoor om een andere job te zoeken, in het onderwijs. Zijn er zo niet veel vrouwen, ook met minder kinderen? In het laatste gezin dat aan het woord komt, staan ’s avonds al vier bordjes en bekers voor de volgende dag klaar. Ook de boekentassen zijn al klaar. Bij u ook, moeder of vader van ‘maar’ 2 kinderen? Of deze, om af te ronden: “De avondshift doen ze vaak samen. En ja, dan moet de computer daarna weer open. Maar zelfs dat went, net als die vermoeidheid.” Geldt dat niet voor veel werkende ouders?
Nee, ik was niet erg onder de indruk van het artikel.