Archive for the ‘Kleine ergernissen en frustraties’ Category

h1

De school

7 januari 2015

Net weer een typisch oudercontact achter de rug. Op vraag van een leerkracht van onze zoon had ik een afspraak gemaakt. Op de brief stond dat iedereen 12 minuten kreeg en of we ons daar alstublieft aan wilden houden. Ik had pas om 20 uur een afspraak en hoopte dat iedereen zich in de uren voordien braaf aan de 12 minuten had gehouden. Gelukkig wel, want er waren zo te zien geen wachtenden voor me. Helaas bleven de mensen voor me een half uur zitten. Maar bon. Een goed boek helpt.
En toen begon het. Variant van het soort oudercontact dat ik al tot in den treuren heb meegemaakt.
Het begint meestal met de opmerking dat hij toch nog jong is (van mentaliteit, bedoelen ze dan – speels) en dan direct erna met een blik op hun blad: “Ja, hij is ook een jaar jonger, hè”, met een ondertoon van: wat doet hij hier eigenlijk? Waarop ik standaard antwoord dat hij maar 2 maanden jonger is (hij is van begin maart) en dat hij inderdaad een jaar heeft overgeslagen, maar dat wij daar geen vragende partij voor waren. En ik denk in stilte dat hij minder speels en meer matuur is dan zijn broer (en veel van diens vrienden) toen die, niet te vroeg, in het tweede middelbaar zat.
Daarna wordt er subtiel gepeild waarom hij nog Latijn doet, hoewel hij het advies heeft gekregen om moderne talen te gaan doen. “Nee, hij moet dat niet doen van ons, hij wil dat zelf, van ons mag hij doen wat hij wil, we hebben zélf gevraagd of hij niet liever iets met zijn handen wou doen, maar hij zei zelf: “Bakker kan ik later nog altijd worden, maar als ik nu voor bakker ga studeren, kan ik later geen piloot meer worden.”, en dus hebben we hem voort Latijn laten doen, maar voor ons moet dat niet.” Antwoord: “Ah, hij heeft er dan toch zelf voor gekozen.”
Eerste 5 minuten van het gesprek moeten we dus altijd besteden aan het ontkrachten van het idee dat wij pushende ouders zijn.
Vervolgens moet ik uitleggen waarom hij dan geen goede punten heeft (lees (of hoor): want hij heeft toch een klas overgeslagen, dus hij moet toch heel slim zijn). Waarop ik zeg dat hij een doener is, zichzelf heeft leren fietsen en zwemmen, zonder dat daar iemand aan te pas kwam, omdat hij dat zelf echt wou. En dat hij niet graag leert, studeert, het ook nooit geleerd heeft, niet weet hoe hij het moet aanpakken en zich niet inspant als hij iets niet graag doet. Dat hij een doorzetter is als hij iets wil, maar ook koppig als hij iets niet wil. Dat hij wel graag naar National Geographic kijkt en daar alles over kan vertellen. Dat hij goed is in Techniek, maar dat dat vak niet echt meetelt, dat er zelfs geen examen van is. Dat hij graag beziggehouden wordt, dat het vooruit moet gaan, dat hij allicht ook te snel antwoordt op toetsen, zonder grondig na te denken. (Deze keer ben ik vergeten te vertellen dat hij al 2 jaar helemaal zelfstandig spaghetti maakt – meestal scoor ik daar ook wel mee – nu ja, hoe ouder hij wordt, hoe minder opvallend zo’n soort bezigheid natuurlijk is – hij moet dringend een nieuw kunstje leren.)
Enfin, tegen dan is mijn tijd bijna op en komen ze met het advies dat hij meer moet werken, meer moet oefenen, meer moet herhalen (alsof we dat zelf nog niet wisten) en dat hij elke week moet laten zien in een schriftje dat hij geleerd heeft en hoe hij het aangepakt heeft. Eigenlijk wil ik dan nog eens herhalen dat hij net niet goed weet hoe hij het moet aanpakken, maar ik voel dat daar geen tijd meer voor is. Ik krijg nog snel de vraag mee om toch zeker te controleren dat hij zijn woordkaartjes oefent. Ja, zal ik doen. Had ik niet net verteld dat ik het belangrijk vind dat ze zelf leren werken, dat ik altijd aan mijn kinderen zeg dat ik mijn diploma al behaald heb en dat  het nu aan hen is? (Beetje te cynisch, die laatste gedachte, want ik begrijp wel wat ze bedoelt. Ik hoef niet mee te studeren, maar ik moet er wel mee bezig zijn, toezicht op houden is de boodschap. Denk ik. En dat wil ik ook wel doen.)
Ik vind dat kinderen hun capaciteiten moeten gebruiken en de kansen die ze krijgen, moeten grijpen. Ik vind het belangrijk dat ze zich leren inspannen, ook voor dingen die ze niet leuk vinden. Maar ik wil hen ook de tijd geven om hun weg zelf te vinden. Ik moedig hen aan, zorg voor een omgeving waarbinnen ze zich goed kunnen ontwikkelen, stimuleer hen, motiveer hen, maar zij moeten het doen. Zelf. Ik bewaak dat ze wel evolueren, dat ze groeien, dat ze een proces doormaken. Maar ik kijk naar het proces, niet naar het punt waar ze nu toevallig op het moment van dat ene rapport staan. Waarom is het voor veel leerkrachten zo moeilijk om dat proces te zien? Waarom kijken zoveel leerkrachten niet verder dan de punten? Waarom zien zoveel leerkrachten niet het gehele kind? Waarom heeft het onderwijssysteem zo weinig geduld om een kind te laten groeien? Waarom moeten kinderen er meteen staan, meteen scoren? In de kleuterschool krijgen kinderen die kans wel, heb ik ervaren, maar eenmaal op de lagere school is het gedaan. Dan meten we, geven we punten en moet iedereen op een bepaald moment boven een bepaalde lijn scoren. Voor leervakken toch. De rest is sowieso bijzaak.

 

h1

En toen was er Pinterest

30 december 2014

Verdorie, weer eens op Pinterest beland en blijven plakken! En dat terwijl ik goed bezig was om mijn vakantieplan – het huis opruimen – eens écht uit te voeren. Wie van jullie vind ik ook op Pinterest?

h1

In alle eerlijkheid? Ik snap het niet.

12 december 2014

We gaan stemmen. We kiezen in Vlaanderen vooral voor (centrum-)rechtse partijen, in Wallonië voor linkse. We krijgen een rechtse regering, die rechtse plannen ontvouwt. En dan gaan we staken, want de plannen van de regering die we zelf democratisch verkozen hebben, vinden we maar niks.
Niemand wil inleveren, niemand wil besparen, alles moet op zijn minst even goed blijven als het was en liefst krijgen we allemaal nog wat meer.
We willen dat de regering het geld bij ‘de rijken’ haalt. Wie die rijken zijn, waar we de grens trekken tussen rijk en niet-rijk en hoe we precies het geld bij die rijken kunnen halen, zonder te verhinderen dat ze hun geld naar het buitenland verhuizen, is me niet duidelijk. We willen ook dat de regering het geld bij de grote bedrijven haalt. Hoe ze dat moet doen zonder die bedrijven naar het buitenland te jagen, waardoor er veel jobs verloren zullen gaan, is me niet duidelijk. Als het allemaal zo simpel op te lossen was, waarom doet de regering het dan niet gewoon? In alle eerlijkheid? Ik snap het niet.
De pensioenleeftijd is al jaar en dag 65 jaar. Toch horen we nu voortdurend dat iedereen langer zal moeten werken, namelijk tot… 65 jaar. En niemand wil dat doen, want iedereen vindt dat zijn beroep daarvoor te zwaar is of dat eerder nagekomen beloftes moeten worden nagekomen. Waar gaan we het geld halen om iedereen 25 tot 30 jaar lang een pensioen uit te betalen? Bij de rijken? Zie vorige paragraaf.
Ik ben voor staken, als mensen dat doen om af te dwingen dat onmenselijke, onwaardige, onrechtvaardige arbeidsomstandigheden verbeterd worden, nadat grondig en ernstig overleg niets heeft uitgehaald.
Ik ben tegen staken als mensen dat doen omdat een regering die democratisch verkozen is, beslissingen dreigt te nemen die hen niet zinnen. Ga betogen (op zondag!), schrijf lezersbrieven, doe constructieve tegenvoorstellen (concreet, onderbouwd met cijfers, niet enkel wat populistische slogans), overleg, stuur uw partijlidkaart terug, stem volgende keer op een andere partij, maar stop met het land lam te leggen, en stop met mensen die willen werken tegen te houden. Stop met de economische toestand van ons land nog slechter te maken. Doe eerst al het mogelijke andere en als u dan nog altijd vindt dat de arbeidsomstandigheden hier in België onmenselijk, onwaardig en onrechtvaardig zijn, staak dan. Of emigreer naar een land waar het allemaal zoveel beter is.

h1

Wit en zwart

9 november 2013

Witte kasten in je keuken, dat is zoals een witte broek. Mooi als ze proper zijn, maar je ziet er alles op. Vooral veel vegen als de honden na een uitstapje buiten, hoe kort ook, weer door de keuken dollen en hun pels en staarten onbedoeld de deurtjes raken. En een zwarte vloer, dat is zoals een zwarte auto. Mooi als hij blinkt, maar je ziet er alles op. Ook de voetsporen van. Ik word nog een echte kuismaniak.

h1

Onrechtvaardig

21 januari 2013

Zoonlief kreeg voor de kerstvakantie een grote taak voor het vak techniek. Een maquette van een huis bouwen. Op schaal. Met meubeltjes in elke ruimte. Een dak op. Geverfd. Met een tuin. Kortom, helemaal aangekleed. In superdun hout, balsahout, dat onmiddellijk breekt of barst als je niet voorzichtig genoeg bent. Echt prutswerk. Maak maar eens een kastje van 1 cm² in balsahout…
Hij heeft er ùren aan gewerkt. Vilt gebruikt voor lakentjes op de bedjes. Een trampoline in de tuin. Gezocht op een manier om de vensters uit te zagen, ‘glas’ in de ramen te zetten en de deuren halfopen te laten staan. Manieren gezocht om een boom te maken. Miniboekenrekjes in elkaar gestoken. Steentjes gezocht voor het pad naar de voordeur. Een bad uit dat lastige balsahout gesneden. Op het einde kwam hij in tijdsnood, maar vanmorgen stond de maquette toch klaar in een doos om mee te nemen. We waren zo trots op hem. Hij had zich zo hard ingezet en de maquette was echt mooi geworden, vonden we.
Volgens zijn leerkracht kon de maquette wel met de fiets vervoerd worden, maar dat riskeerde hij toch niet. Hoewel hij vastbesloten was om dit schooljaar geen enkele keer met de auto of de bus naar school te gaan (het is bijna een erezaak geworden) en hij dat tot hiertoe volgehouden heeft, ging hij nu toch met een vriend mee met de auto.
Het werk staat op heel veel punten. Hun enige punten voor techniek dit jaar. En de beste maquettes mochten op school blijven om te tonen op de opendeurdag.
Toen ik vanavond op de parking stond te wachten tot hij naar buiten kwam, hoopte ik zo hard dat hij de doos niet bij zou hebben. Dat zou betekenen dat zijn werk tentoongesteld zou worden. Maar hij had de doos weer mee…
En wat blijkt nu? Een vriend mocht zijn maquette op school laten. “Mama, die was zo mooi!” zei hij vol bewondering. Om er even later aan toe te voegen dat de ouders, allebei architect, de maquette bijna helemaal gemaakt hadden… Een andere vriend had zijn oma, die heel graag knutselt, ingeschakeld. Hij was zo ontgoocheld. En een beetje boos. Hij vond het niet fair. Dit was niet met gelijke wapens strijden. En het stuitte hem tegen de borst dat het vriendje in kwestie nog fier was ook en liep op te scheppen met zijn (niet-zelfgemaakte) maquette.
Ik begrijp dat niet. Waarom doen ouders dat toch? Het huiswerk van hun kinderen maken. Wat leert een kind daarvan? En waarom zeggen leerkrachten daar niets van? Die moeten dat toch ook zien? Ik zei tegen zoonlief dat zijn leerkracht hen beter allemaal een meubeltje zou laten maken in de les. Dan zou hij snel zien wie dit, na weken prutsen, kan en wie niet, omdat de ouders of grootouders of weet-ik-veel-wie het thuis in hun plaats hebben gedaan. Het deed me denken aan de breilessen vroeger, waarbij de juf soms tegen een kind zei: “Mooi gebreid van je mama!”
Vorig jaar maakte hij iets vergelijkbaar mee. Ze moesten iemand interviewen, over iets wat een grote indruk op de geïnterviewde had gemaakt, geloof ik. Zoonlief belde naar zijn opa, luisterde, noteerde in het klad, maakte het werk in het net, kortom, stak tijd in het taakje. Een vriendje zoog een fantastisch verhaal uit zijn duim en kreeg veel betere punten.
En natuurlijk zijn die punten niet belangrijk. Al zou zoonlief gebuisd zijn op zijn maquette, het zou me niets kunnen schelen. Ik heb zijn inzet gezien en dat telt voor ons. Maar dat het vriendje nu in de bloemetjes wordt gezet door de leerkracht voor iets wat hij niet (of toch bijna niet) zelf gemaakt heeft, dat vind ik niet rechtvaardig. En als er iets is waar ik nog nooit mee om heb gekund, is het onrechtvaardigheid.
Zo, dat moest er even uit.

h1

Het leven kabbelt door

11 januari 2013

De vakantie was zwaar maar goed. Veel plannen, lang niet alles kunnen uitvoeren. Het schilderwerk gelukkig wel, dankzij manlief. Ook de zomervakantie hebben we voor het eerst in ons leven eens vroeg gepland. We wilden opnieuw gaan kamperen in Italië en liefst op de campings en in de periode die we voor ogen hadden. Dus hebben we gezocht, gelezen, mails verstuurd en liggen er nu drie campings vast. Twee in het noorden van Italië om de heen- en terugreis niet te lang te maken en een in Umbrië. Ik werd de hele kerstvakantie blij als ik nog maar aan de zomervakantie dacht. Ik heb me intussen zelfs ingeschreven voor een korte cursus Italiaans, zodat ik deze keer op zijn minst de menukaart versta in een restaurant. Enige minpunt: de hond kan niet mee. Of beter gezegd: we hebben beslist om haar niet mee te nemen. Het kan in Italië erg warm zijn en dat vindt onze hond niet zo fijn, denken we. Maar een nog belangrijkere reden is dat we dan niets kunnen bezoeken. Je kan een hond niet zomaar een dagje op een camping achterlaten. En haar meenemen als we een stadje gaan bezoeken is ondoenbaar. Eigenlijk zouden we een hondenbabysit moeten kunnen meenemen :-). Vroeger, toen de kinderen klein waren, droomde ik vaak van een vakantie in een Italiaanse villa, met een zwembad, samen met enkele gezinnen. Ik zag de koppels dan om de beurt eens een dagje op uitstap gaan zonder kinderen, terwijl de andere koppels zich over de kinderen ontfermden. Is er natuurlijk nooit van gekomen en zal er ook niet meer van komen. Wij hebben niet echt het type gezin waarmee andere mensen graag op vakantie gaan. Bovendien hoeft die villa eigenlijk niet meer. We vinden het zalig om te kamperen. Van ’s morgens tot ’s avonds buiten. Rust. Ruimte. Frisse lucht. Een gezapig tempo. En de huishoudelijke activiteiten beperkt tot koken. Wat de kinderen dan nog meestal doen, omdat ze dat leuk vinden. En de afwas erna doet manlief meestal. Soms samen met mij en dat is best gezellig.
En na de zware, maar toch ook fijne vakantie met het gezin, waarin de oudste dochter haar draai niet vond en de jongste opnieuw haar vrolijke, aangename zelf werd, begon de school opnieuw. De oudste dochter leefde op, maar dat duurde niet lang. Nu, op het einde van de week, voelen we alweer hoe zwaar de school voor haar is. Eigenlijk heeft ze nood aan onderwijs in een klasje met een kind of 10, maar dat bestaat natuurlijk niet. En de jongste is opnieuw humeurig aan het worden, omdat ze het niet uithoudt met haar juf. Haar juf is een juf over wie het klachten regent, elk jaar opnieuw. De oudste zoon heeft ook een jaar doorworsteld met die juf, dus we wisten wat ons te wachten stond, maar we hadden niet verwacht dat de jongste dochter er ook zo onder zou lijden. De juf in kwestie is intelligent, kan heel goed uitleg geven, maar is o zo sarcastisch, op een manier die kinderen van die leeftijd niet kunnen begrijpen. Ze uit ook heel vaak, soms bikkelharde, kritiek op de kinderen, die de kinderen dikwijls niet kunnen plaatsen. Een voorbeeldje? De juf was voor de vakantie vergeten iets uit te delen en deelde het dan maar uit na de vakantie. Dat was de schuld van A., want die moest de juf eraan helpen denken dat het blad moest worden uitgedeeld en A. was dat vergeten. Een ander voorbeeld? Op een dag werd de juf boos en begon ze voor de hele klas te zeggen wat haar aan elk kind afzonderlijk niet aanstond. Bij een erg verlegen kind, dat nauwelijks iets durft zeggen en dus ook nooit haar vinger opsteekt en soms zelfs niet durft te antwoorden als haar een vraag wordt gesteld, zei ze: “En jij, jij zegt nu eens nooit iets!” Om maar te zeggen waarom de dochter niet graag meer naar school gaat en slecht gezind thuis komt. Ze heeft nu een kalender op haar bureau liggen waarop de weekends en vrije dagen zijn doorgestreept. En elke schooldag die weer voorbij is, streept ze nu door. Nog minder dan 80 dagen te gaan… Is dat niet erg?
En zo kabbelt het leven weer door. We zitten weer in onze routine. Voor mij meer duisternis dan licht op het moment, letterlijk en figuurlijk, maar dat is eigen aan hoe ik in elkaar zit. Veel te gevoelig, mezelf geleerd om afstand te houden om mezelf te beschermen en niet te worden gekwetst en toch gekwetst worden of me gekwetst voelen. Dat is een van de redenen waarom ik zoveel doe, me op zoveel dingen stort, zoveel interesses heb ontwikkeld. Denk ik toch. Als ik te veel tijd heb om te denken, hebben zaadjes die zich in mijn hersenen nestelen, de tijd om te ontkiemen. Als ik veel afleiding heb, kan ik dat onderdrukken.
Tijd om me klaar te maken voor het schooloverleg over de oudste dochter. Benieuwd wat ze daar te vertellen zullen hebben. Niet veel opwekkends, vrees ik. Misschien moet ik daarna maar nieuwe schoenen gaan kopen om mezelf te troosten. En dat is geen goed plan, want ik ben bezig met een test: ik heb schoenen besteld bij zolanda.be. Beter het resultaat daarvan afwachten voor ik me naar een winkel begeef. En ik moet poetsen, want de poetsvrouw is ziek. Hup, naar boven nu.

h1

Kom eens een zot tegen

21 november 2012

Na mijn zot avontuur met de fiets vandaag een zot tegengekomen met de auto. Ik was onderweg naar huis, met de auto. De weg versmalde van twee stroken naar één wegstrook, terwijl het verkeer vrij snel vorderde. Tijd om te ritsen. Ik wou tussen auto 1 en 2 inschuiven, maar auto 2 wilde me er duidelijk niet tussen laten. Dus schoot ik maar tussen auto 2 en 3, hoewel auto 3 ook niet echt geneigd was om me ertussen te laten. Man, man, man, dat had ik beter niet gedaan. Woest geknipper met de lichten. Zo dicht komen rijden dat ik de lichten van zijn wagen niet meer kon zien. Een afslag en 500 m verder schoot hij me ineens voorbij, terwijl er tegenliggers aankwamen (het was spitsuur, dus echt wel vrij druk). Levensgevaarlijk. Wat een ego! Enerverend. Vooral omdat hij daarna tegen zijn voorligger bleef plakken en voortdurend bruusk moest remmen als die voorligger vaart minderde of remde. Pfft. Vervelend voorval, maar eigenlijk snel vergeten, ware het niet dat ik bedacht dat mijn kinderen, kwetsbaar op hun fiets, zich ook in verkeer begeven, terwijl zulke zotten rondrijden. Misschien moet u daar eens bij stilstaan, mijnheer in uw grijze Mercedes A180 met nummerplaat ***-*** (die zal ik maar niet op het www smijten zeker?).