Archive for the ‘Licht in de duisternis’ Category

h1

2016

1 januari 2016

Het einde van een jaar geeft me altijd een wat weemoedig gevoel. Geen spetterende eindejaarsfeesten voor mij. Wel weemoed en een wat ongemakkelijk gevoel. Een jaar voorbij. Niet dat ik het erg vind om ouder te worden. Dat is het niet. Het is eerder een zwaarte. Een zwaarmoedig gevoel.

Er komen jaaroverzichten voorbij. Ik denk automatisch ook aan ‘mijn eigen jaaroverzicht’. En aan wat ik verwacht voor 2016. Op wereldvlak, maar ook voor mezelf. En op een of andere manier word ik nooit vrolijk van dat terugblikken en vooruitkijken op het einde van het jaar.

Er zijn zoveel dingen die niet kloppen, die niet oké zijn. Waar ook maar geen verandering in komt. Zoals klimaatonderhandelingen die ondanks de hoogdringendheid maar moeizaam blijven verlopen, een vluchtelingenkwestie die ondanks de schrijnende beelden en verhalen maar niet opgelost geraakt,… En dan wordt er ook nog eens over alles een saus van angst gegoten. Angst, angst, angst. We moeten voor alles bang zijn. En politici, van wie ik daadkracht en durf en gezond verstand en rust en vastberadenheid en langetermijnvisie en realistisch optimisme en creatieve oplossingen verwacht, doen er nog een schepje bij.

Elk jaar hoop ik op en verwacht ik verandering. En elk jaar stel ik op de laatste dag van het jaar vast dat er toch o zo weinig écht ten gronde veranderd is. Niet op wereldvlak. En ook niet in mijn eigen kleine leventje. Elk jaar maak ik goede voornemens en elk jaar stel ik vast dat er weinig veranderd is. Mijn huis ligt er nog steeds rommelig bij, ik krijg de tuin niet in orde, ik blijf een ongeduldig, overkritisch en snel geïrriteerd mens.

Maar goed, de laatste dag van het jaar ben ik dan weemoedig. En voel ik een onprettige zwaarte. En de eerste dag van het nieuwe jaar sta ik toch weer met nieuwe moed op en maak ik toch maar weer goede voornemens. Misschien ga ik dit jaar dan maar eens zelf voor daadkracht en durf en gezond verstand en rust en vastberadenheid en langetermijnvisie en realistisch optimisme en creatieve oplossingen. En laat ik nog maar eens proberen om geduldiger en rustiger en milder te worden. Tegenover anderen, maar zeker ook tegenover mezelf.

Een gelukkig 2016 gewenst!

 

 

Advertenties
h1

Liefste x,

28 februari 2015

Schrijf een brief aan je 16-jarige zelf, was een eerste uitdaging in het boostyourpositivity-project dat deze maand in blogland loopt. Het idee bleef in mijn hoofd spelen, maar de drukte maakte het mijn intussen 44-jarige zelf moeilijk om in alle rust een stukje neer te pennen. Laten we op de valreep toch maar een poging wagen…

Liefste x, dat is de aanspreektitel die je al jaren gebruikt in de talloze brieven die je schrijft. Nu gebruik ik hem om me tot jou te richten. Veelzeggend, want als er één ding is waar je als 16-jarige al een grote behoefte aan hebt, is het ‘lief’ gevonden te worden. En later aan iemands ‘liefste’ te zijn.

Je hebt het enkele jaren geleden al te horen gekregen: “Jij zal nog vaak met je hoofd tegen de muur lopen”, en de persoon die dat tegen je zei, zal gelijk krijgen. Je zal inderdaad nog vaak met je hoofd tegen de muur lopen.
Je kritische zin, je overontwikkelde rechtvaardigheidsgevoel en je grote gevoeligheid zullen het je niet gemakkelijk maken, dat weet je nu al. Je hebt op deze jonge leeftijd al ervaren hoe diep het dal kan zijn en je zal nog een paar keer serieus tegen de grond gaan. Maar wees gerust, je zult leren om met je kwetsbare ziel om te gaan, je zult groeien en sterk worden en je evenwicht vinden.

Enkele van je opvattingen zul je moeten bijstellen. Onder andere het beperkte beeld van relaties en liefde dat je nu nog blindelings overneemt van mensen van wie je nu nog denkt dat zij het kunnen weten. Jammer, maar je zal met scha en schande moeten ondervinden dat het niet klopt. En het zal jaren duren eer je er een bredere, ruimere en werkbaardere kijk op krijgt. Dat zal je heel veel pijn en verdriet kosten, maar ook die levensles zal je wijzer en sterker maken. En uiteindelijk zal je je geluk in de liefde vinden. Eén goede raad: ga voor wie je wilt zijn en niet voor wie anderen je aanpraten dat je bent.
Je zal ook leren dat vriendschappen niet allemaal voor het leven zijn. Vriendschappen die nu zo ontzettend veel voor je betekenen. Urenlang praten met vriendinnen, dat is nu één van je hoofdbezigheden. Vriendschap zal altijd waardevol voor je blijven en diepe gesprekken voeren zal je blijven doen, maar je zal ondervinden dat sommige mensen helaas toch uit je leven verdwijnen, hoe jammer je dat ook zal vinden. Je zal merken dat het veel tijd en energie en wilskracht vergt om vriendschappen in stand te houden. Je zal teleurstellingen oplopen, mensen zullen je vaak ontgoochelen. Je zal je hoge verwachtingen naar mensen toe moeten bijstellen en dan red je het wel. Misschien geen fijne boodschap, maar minder verwachten zal je kwetsbare, gevoelige ziel beschermen.
Leren berusten, het zal waarschijnlijk een levenslang leerproces voor je worden, jij, die altijd snakt naar meer. En meer. En meer. En beter. Nu voel je je nog beknot en begrensd, maar wees gerust, met de jaren zal je vrijheid steeds groter worden en zal je steeds beter het leven kunnen leiden dat je wilt leiden. Je zal leren om de diepe dalen te vermijden en de scherpe kantjes van het leven te aanvaarden, terwijl je naar de zon reikt. Wees daarbij mild. Voor anderen én voor jezelf.

Je weet als 16-jarige eigenlijk al behoorlijk goed wat je wilt, maar je zal geduld moeten hebben. Het zal nog bloed, zweet en tranen (vooral dat laatste soms) kosten voor je bereikt wat je nu hebt: een fantastische man, zalige kinderen, een fijne job waar je goed in bent en rust in jezelf. Probeer geduld te hebben en vergeet niet te genieten van de dag die er is.

h1

Dromen en fantaseren

14 januari 2015

Ik ben dol op Becky Bloomwood! Kent u Becky? Koopverslaafde, lieve Becky, die iedereen wil helpen, maar soms zo meegesleept wordt in haar koopzucht en haar verlangen naar roem en bekendheid dat ze zich serieus in nesten werkt. Van de Shopaholic-reeks van Sophie Kinsella. Echte chicklit, maar wel heel leuk geschreven. En het komt ook altijd goed. Natuurlijk.
Ik kijk met lichtelijk afgrijzen naar de koopuitspattingen van Becky. Ik voel me al dagen schuldig als ik 2 paar schoenen koop omdat ik niet kan kiezen of als ik met een in mijn ogen te volle zak kleding uit een winkel naar buiten stap, laat staan wat ik zou moeten doorstaan als ik zoals Becky ongeveer continu geld zou uitgeven aan kleding, accessoires, spulletjes voor huis, tuin, kind.
Maar de fantasieën waaraan ze zich telkens overgeeft als ze met iets nieuws in contact komt of als een gedachte haar te binnen schiet, dàt herken ik wel. Ze borduurt dan door op het onderwerp in kwestie dat vanzelf een eigen leven begint te leiden in haar gedachten. Ik doe dat ook regelmatig. Als ik een sjaal brei met alpacawol begin ik al te fantaseren over het kweken van alpaca’s. Ik zie mezelf al in een wei vol alpaca’s, bezig hun wol af te scheren. Toen ik kinderen kreeg, fantaseerde ik een eind weg over een gezellige lange houten tafel waaraan iedereen aanschuift, altijd wel iets dat recht uit de oven komt, altijd eten genoeg voor iedereen, huisdieren aan onze voeten. Als ik iets lees of hoor over moestuinieren, eten we in mijn gedachten alleen nog maar groenten van eigen kweek. In de realiteit komt daar zelden iets van. Mijn stranddouche met zijsproeiers waaruit zonnecrème komt om kinderen in te smeren, is er nog altijd niet. Ik zie het voor me, hoor: kind op een ronddraaiend platformpje, toertje laten draaien terwijl de zonnecrème uit de sproeikoppen op het kinderlijfje wordt verstoven en hup, op 5 tellen kind beschermd tegen de zon. De uitwerking in praktijk, dat is een ander paar mouwen.

h1

Eureka!

7 januari 2015

Als je de media en sociale media een beetje volgt, blijft de moeilijke combinatie werk – gezin een steeds terugkerend thema. Vandaar mijn voorstel. Laat mensen, als ze pakweg 60 zijn, kiezen of ze willen blijven werken tot hun 65e of op brugpensioen willen gaan. Wie voor brugpensioen kiest, wordt gevraagd om jonge gezinnen een aantal uur per week te ondersteunen. Kinderen naar school brengen, kinderen ophalen na school, papieren ophalen op het gemeentehuis, thuis wachten tot de man van Telenet langskomt om de nieuwe modem te installeren, iets binnenbrengen bij de bank, op een ziek kind passen, een paar dagen babysitten als de crèche dicht is; dat soort dingen. Allemaal kleine taken die jonge gezinnen kunnen ontlasten. Jonge ouders zouden zich niet meer in bochten hoeven te wringen om alles gedaan te krijgen en de discussie over de pensioenleeftijd kan ook stoppen, want mensen kunnen vroeger op pensioen, op voorwaarde dat ze zich nog enkele jaren in beperkte mate ten dienste stellen van de jongere generaties. Wat denkt u? Zou ik het eens voorleggen aan onze politici?

h1

Vrije keuze

13 december 2014

Tijdens lange wandelingen met de honden begin ik vanzelf over van alles en nog wat na te denken. Hele blogteksten krijgen zo vorm in mijn hoofd. Die nadien helder op papier krijgen is een ander verhaal. Dat lukt me moeilijker.
Vandaag spookte het door mijn hoofd hoe sterk je kan blijven vasthangen aan etiketjes die ooit op je werden gekleefd. Of die je ooit op jezelf hebt gekleefd. Hoe dat je ontwikkeling en gedrag en reacties beïnvloedt.
Als kind was ik erg gevoelig. Wat angstig ook. Ik herinner me dat ik wegkroop achter mijn moeders rok als er familie op bezoek kwamen. Dat mocht niet. Ik moest flink zijn. Handje en kusjes geven. Niet wegkruipen. Die gevoeligheid, overgevoeligheid heb ik nog altijd, maar laat ik zelden zien. Denk ik. Er werd een laagje van hardheid over gelegd. Later zei mijn moeder dat ik moeilijk was. Zo moeilijk dat ik nooit een man zou vinden. Ik was ervan overtuigd dat ze gelijk had. En was dan ook erg verwonderd (en ben dat diep in mijn hart nog steeds) dat iemand me toch zo graag zag dat hij met mij door het leven wilde. Want ik was toch zo moeilijk? Ooit zei een vriendin me: “Jij bent niet moeilijk. Jij hebt gewoon een mening en zegt die ook.” Langzaamaan ben ik gaan beseffen dat het er maar van afhangt hoe je het bekijkt. Je kan mijn zoon koppig of volhardend noemen. Je kan mijn dochter impulsief of enthousiast vinden.
Ik ben gaan inzien dat dat wat mijn moeder ‘moeilijk’ vond een beschermlaag was op mijn erg gevoelige kant.
Door de jaren heen ben ik eigenschappen in mezelf gaan zien die mijn moeder nooit benoemd had. Ik ben ook creatief, hou ervan met mijn handen bezig te zijn, wil voortdurend nieuwe dingen uitproberen, hou ervan iets zot te doen, maak graag wilde plannen, vind dingen uit in mijn hoofd (zoals een zonnecrèmedouche op het strand – zou dat niet wat zijn? Dan kan je op het strand je kind op een ronddraaiend platformpje zetten onder een douche met verschillende zijsproeiers en het een rondje laten draaien, terwijl de sproeiers zonnecrème sproeien. Gedaan met inwrijven en plakkerige handen en stukjes die niet zijn ingesmeerd). Ik besef dat ik misschien uiterlijk wel op mijn moeder lijk (dat zegt iedereen toch), maar niet noodzakelijkerwijs innerlijk. Dat gelijkenissen soms self-fulfilling prophecy zijn. Mijn moeder was mijn rolmodel, ik zag haar ook veel meer dan mijn vader, nam natuurlijk veel van haar over. Automatisch. Maar ik ben veel meer dan dat. Natuurlijk. En ik kan er zelf voor kiezen welke kanten van mezelf ik ontwikkel en naar buiten laat komen. Dat vraagt inspanning, want je slaat vanzelf het vertrouwde open pad in. Een nieuw pad inslaan en begaanbaar maken is niet zo eenvoudig. Toch vind ik het een hoopvolle gedachte dat het kan. Ik kan kanten van mezelf naar buiten laten komen die misschien al jarenlang ondergesneeuwd zijn. Ik hoef niet te zijn wat anderen op me plakken. Ik hoef me niet te gedragen zoals het etiketje dat anderen of ikzelf ooit op me geplakt hebben. Ik kan me gedragen zoals ik zelf wil.
Het maakte me vanmorgen blij om dat te bedenken.

h1

Moedeloos

26 november 2014

Wie vrolijk wil worden van dit blogberichtje stopt nu maar beter met lezen.

Moedeloos, dat is de titel die ik zondag boven een stukje wou zetten. Maar toen gingen we wandelen i.p.v. schrijven en kwamen we fijne vrienden tegen en wandelden we langer dan voorzien en moest er nog gekookt worden en was de dag om voor ik aan schrijven toekwam. Het stukje zou er trouwens ook niet meer zo moedeloos hebben uitgezien na de deugddoende gesprekken tijdens het wandelen.

Maar intussen zijn we enkele dagen verder en is moedeloos een woord dat toch weer te veel om aandacht schreeuwt. Moedeloos en moe, zo voel ik me meer wel dan niet.
Weet je, ik keek de toekomst opgewekt en optimistisch tegemoet toen ik trouwde en kinderen kreeg. Ik wou een warm nest, dat was mijn droom. Een knus huis, met altijd de geur van koekjes of ander vers gebak, een paar huisdieren, een gezellige tuin, sfeervol licht, bloemen, een knetterende open haard, de deur die altijd voor iedereen openstaat, dat soort dingen.
Nu kijk ik rond en zie ik overal rommel, stof, een huis dat zelden en nooit langer dan een half uur echt proper is, een stapel strijk die nooit helemaal weg is, een tuin waar altijd wel ergens onkruid staat, huisdieren die nat en vuil binnenkomen, een kind met een handicap dat het zwaar heeft en het ons allemaal héél moeilijk maakt, mensen die zelden binnenkomen en als ze komen meestal al meteen zeggen: “Maar ik blijf niet lang, hoor” en meer dan me lief is getuige zijn van de zoveelste scène hier in huis.
Mijn droom lijkt ver weg te zijn.
Het maakt me moe. En moedeloos.
En dan lees ik artikels over ploetermoeders, en moeders die niet kunnen kiezen tussen gezin en carrière, mensen die alles willen, mensen die niet bereid zijn om in te leveren, die nù op pensioen willen omdat dat hun recht is, die nù van alles willen omdat dat hun recht is, die zich tekort gedaan voelen, die vinden dat ze al genoeg gedaan en al genoeg betaald en al genoeg geïnvesteerd hebben. Ik zie conflicten en wederzijds onbegrip en argumenten die alleen maar zwart of wit zijn, zelden grijs, en ik hoor geen enkele positieve boodschap meer. Ik zie de verbondenheid onder mensen afnemen. Ik mis hoop. En perspectief. En redelijkheid. We lijken voortdurend stelling te moeten innemen om van daaruit elkaar te beschieten.
En dat maakt me nog moedelozer.
Ik zie mensen in mijn omgeving in hun ivoren toren streven naar dingen waar ik de waarde echt niet van kan zien zodat ik van hen vervreemd en hen met verbazing gadesla en contact verlies. Ik zie jonge mensen in mijn omgeving stomme dingen doen en hoor jonge mensen dwaze dingen zeggen. Ik zie dat we het allemaal druk hebben, ik inclusief, en veel te weinig tijd hebben voor elkaar.
En dat maakt me nog moedelozer.
En ik zie en hoor elke dag pijn en verdriet en tranen en wanhoop en machteloosheid. Ik hoor de moedeloosheid en vermoeidheid bij anderen en zoek naar de juiste troostende, begripvolle woorden. Ik put uit mijn arsenaal van technieken en kennis om mensen te helpen en zo goed mogelijk voor hen te zorgen. Soms helpt het, soms helpt het niet.
En dat maakt me moe.
Er komt zoveel binnen. En het komt vaak zo hard binnen.
En ook dat maakt me moe en moedeloosheid.

Droom en realiteit zijn soms ver van elkaar verwijderd.

Het ligt niet in mijn aard om het dan maar op te geven. Dus blijf ik zoeken. Onder andere mindfulness werkt soms als een pleister op mijn ziel. En ik overweeg rust en tijd nemen en niets doen en voldoende slapen en afstand nemen en minder werken.
Ik kom er wel.

h1

Denken, denken, denken

25 juli 2014

Ik heb veel nagedacht de laatste maand. Nog meer dan ik gewoonlijk al doe. Pijn gevoeld. Verdriet. Tranen laten lopen. En zo moeilijk kunnen duiden waarom.
Dat past niet bij mij. Ik ben een denker. Ik denk en analyseer tot ik iets of iemand kan plaatsen. Ook mezelf. En nu geraakte ik er niet uit. Waarom die leegte, die eenzaamheid, dat verloren gevoel? Waarom zo vaak die tranen? Terwijl ik in se niet ongelukkig ben. Ik ben blij met mijn man, mijn kinderen, het gezin dat we vormen, mijn werk en vrijwilligerswerk, de mensen om me heen. Ik heb geen geldzorgen, doe wat ik graag doe, heb de vrijheid om tijd te nemen om me te ontspannen. Ik geniet ook van mijn leven. En toch. Toch knaagt er iets. Ik heb er lang over nagedacht en ik denk dat het knagend gevoel te maken heeft met de mensen om ons heen.
Toen we hier kwamen wonen, kenden we hier niemand. Toevallig hier komen aanwaaien, omdat we hier een betaalbare bouwgrond vonden. In het begin trokken we elk weekend ‘naar huis’, naar mijn ouders en/of schoonouders. Ik kocht daar mijn schoenen, mijn kleren, mijn lingerie, bracht brood mee van de vertrouwde bakker. Ik werkte zelfs voor een deel in het dorp waar ik was opgegroeid. Stilaan veranderde dat. Ik vond een lingeriewinkel in de buurt, leerde de andere plaatselijke winkels kennen. De kinderen begonnen aan hun schoolcarrière. We werden lid van de ouderraad, leerden andere ouders kennen, van wie sommige vrienden werden. We leerden via hen weer andere mensen kennen. Onze kinderen gingen sporten, werden lid van de jeugdbeweging. We engageerden ons voor van alles en nog wat. Onze kennissen- en vriendenkring werd alsmaar groter. En nu kunnen we niet meer buitenkomen zonder mensen tegen te komen die we kennen, van ver of dichtbij. In de supermarkt, bij de bakker, in de bibliotheek, naast het sportveld, op straat. We worden uitgenodigd op feestjes en etentjes, zijn al op reis geweest met vrienden, doen regelmatig mee aan een quiz, de ene keer met die vrienden, de andere keer met andere vrienden, we hebben vrienden om mee te sporten, om mee naar de film te gaan, om samen te gaan eten of naar een pretpark te gaan. En toch. Toch knaagt er iets. Toch voel ik me in die grote mensenzee veel te vaak eenzaam en alleen.
Ik weet niet (meer) welke betekenis ik voor mensen heb. Niet dat mensen me niet waarderen. Dat doen ze wel. Denk ik toch. Ze zijn blij en dankbaar als ik iets voor hen doe, al dan niet professioneel. En ze willen me helpen als ik hulp nodig heb. Maar ik weet niet wat ik voor hen beteken. Gewoon als persoon. Om wie ik ben. Niet om wat ik doe. Ik heb niet (meer) of te weinig het gevoel dat mensen blij met me zijn, het fijn vinden dat ik er ben, dat ik erbij ben, dat ze me opzoeken, gewoon omdat ze dat fijn vinden, ‘to have a good time’.
Ik mis zielsverwanten. Mensen die begrijpen wat ik voel, die überhaupt zien dàt ik voel. De laatste weken heb ik de tranen vaak voelen prikken omdat mensen die niet eens zo dicht bij me staan, iets zeiden waaruit bleek dat ze zich konden voorstellen wat ik voelde, omdat ze warm en lief voor me waren, omdat ik een soort troost van hen voelde uitgaan. Maar dat zijn dan zo’n korte momenten, dat is zo vluchtig, omdat de band met die mensen ook niet zo innig is dat er verder iets mee gebeurt. Bovendien weet ik niet of ik dat wel wil of kan, en vooral of zij dat wel willen.
Mensen denken dat ik hard en taai en sterk en kritisch ben. Ik ben dat ook. Maar er is ook een andere kant. Een kant die weinigen (willen? kunnen?) zien, denk ik. We stoppen elkaar zo graag in een hokje. Ik doe dat ook. En ik weet dat ik in een hokje word gestopt waar ik eigenlijk niet in wil zitten. Omdat het niet helemaal klopt, omdat mensen denken dat alleen dat er maar is. Mensen zien mijn kant niet die geraakt wordt door ongeveer alles. Er gaat geen dag voorbij of ik voel pijn. Ik voel pijn om onrechtvaardigheid – en zo is er nogal wat in de wereld -, om het verdriet van anderen – en ik hoor en zie er nogal wat op een dag -, om oude en nieuwe kwetsuren – en die loop ik zo gemakkelijk op. Ik heb geleerd om daar mee om te gaan, dat wel. En ik wil niet anders zijn. Het is goed zoals het is. Misschien wil ik gewoon dat anderen zien dat dat stukje er ook is. Misschien wil ik dat ze het hele plaatje zien. En dat volledige plaatje de moeite waard vinden.
Soms denk ik dat ik gewoon te veel verwacht. Iemand die voelt, denkt, handelt zoals ik. Die zonder woorden begrijpt wat ik bedoel. Dat bestaat natuurlijk niet. Maar misschien is het dat wat pijn doet, weten dat je maar zelden ervaart dat iemand meteen aanvoelt hoe je denkt en voelt. En iets zegt waaruit dat blijkt. Als ik erover nadenk zijn het die momenten die me de laatste maanden aan het huilen (of bijna) brachten. Een woord, een zin waaruit bleek dat iemand aanvoelde wat ik voelde of dacht. Dat iemand mijn verdriet, mijn pijn, mijn kwetsuren zag.
Misschien is het dat wat knaagt. Dat ik niet langer alleen maar als sterk en hard en ad rem wil worden gezien, niet als degene die het altijd wel weet, altijd wel een antwoord klaar heeft, altijd volhoudt, zich van niets en niemand iets aantrekt, voor iedereen en alles zal zorgen, maar ook als warm en gevoelig en kwetsbaar, als iemand die zelf ook zorg en koestering en veel warmte nodig heeft.
Ik heb het gevoel dat wij geen gemakkelijk leven hebben. In zekere zin. Materieel komen we natuurlijk niets tekort. Integendeel. En het zit ons op vele vlakken mee. Meer dan veel andere mensen. Dat weet ik wel. Maar we moeten altijd wel ergens strijd voor voeren, voor de kinderen dan. Vooral het schoolsysteem is een harde noot om te kraken. Vermoeiend. En soms ook pijnlijk. Dat is een eenzame strijd, heb ik gemerkt. Want mensen hebben daar verschillende ideeën over, voeden hun kinderen verschillend op, hebben andere kinderen dan wij. Gelukkige zitten manlief en ik op dezelfde golflengte. Maar dat neemt niet weg dat de voortdurende strijd vermoeiend is. Ik ben blij dat het nu vakantie is. Ik heb ook nu pas gemerkt hoe vermoeiend die dagelijkse strijd is, hoeveel dat schoolsysteem van me vergt, hoe zwaar het op ons weegt om onze kinderen daar te doen inpassen en hen op een gezonde en positieve manier te laten groeien en zich te laten ontwikkelen. Ook dat raakt me. En heeft veel onrust gegeven. En heeft me ontzettend moe gemaakt en nog kwetsbaarder dan anders. Dat maakt dat ik veel troost en zorg en warmte nodig had, maar als mensen niet zien hoe dat aan je vreet en je zegt het hen niet, of ze begrijpen het toch niet helemaal als je het hen vertelt, krijg je die zorg en troost natuurlijk ook niet. Ook dat geeft eenzaamheid.
Eigenlijk komt het er op neer dat het een vermoeiend jaar is geweest, met niet altijd evenveel perspectief, waarin ik veel behoefte heb gehad aan een soort koesterende warmte, die ik weliswaar af en toe gevoeld heb en die me dan goed deed, maar die ik ook heel dikwijls gemist heb. Altijd sterk zijn. Ik kan het niet. Ik ben het niet. Wil het ook niet zijn. Ik wil ook niet altijd vechten. Ik wil soms dat iemand voor mij vecht, voor mij zorgt, het van ons overneemt. Misschien moet ik me optrekken aan de momenten waarop dat gebeurt en daar gewoon dankbaar en tevreden mee zijn.