h1

Denken, denken, denken

25 juli 2014

Ik heb veel nagedacht de laatste maand. Nog meer dan ik gewoonlijk al doe. Pijn gevoeld. Verdriet. Tranen laten lopen. En zo moeilijk kunnen duiden waarom.
Dat past niet bij mij. Ik ben een denker. Ik denk en analyseer tot ik iets of iemand kan plaatsen. Ook mezelf. En nu geraakte ik er niet uit. Waarom die leegte, die eenzaamheid, dat verloren gevoel? Waarom zo vaak die tranen? Terwijl ik in se niet ongelukkig ben. Ik ben blij met mijn man, mijn kinderen, het gezin dat we vormen, mijn werk en vrijwilligerswerk, de mensen om me heen. Ik heb geen geldzorgen, doe wat ik graag doe, heb de vrijheid om tijd te nemen om me te ontspannen. Ik geniet ook van mijn leven. En toch. Toch knaagt er iets. Ik heb er lang over nagedacht en ik denk dat het knagend gevoel te maken heeft met de mensen om ons heen.
Toen we hier kwamen wonen, kenden we hier niemand. Toevallig hier komen aanwaaien, omdat we hier een betaalbare bouwgrond vonden. In het begin trokken we elk weekend ‘naar huis’, naar mijn ouders en/of schoonouders. Ik kocht daar mijn schoenen, mijn kleren, mijn lingerie, bracht brood mee van de vertrouwde bakker. Ik werkte zelfs voor een deel in het dorp waar ik was opgegroeid. Stilaan veranderde dat. Ik vond een lingeriewinkel in de buurt, leerde de andere plaatselijke winkels kennen. De kinderen begonnen aan hun schoolcarrière. We werden lid van de ouderraad, leerden andere ouders kennen, van wie sommige vrienden werden. We leerden via hen weer andere mensen kennen. Onze kinderen gingen sporten, werden lid van de jeugdbeweging. We engageerden ons voor van alles en nog wat. Onze kennissen- en vriendenkring werd alsmaar groter. En nu kunnen we niet meer buitenkomen zonder mensen tegen te komen die we kennen, van ver of dichtbij. In de supermarkt, bij de bakker, in de bibliotheek, naast het sportveld, op straat. We worden uitgenodigd op feestjes en etentjes, zijn al op reis geweest met vrienden, doen regelmatig mee aan een quiz, de ene keer met die vrienden, de andere keer met andere vrienden, we hebben vrienden om mee te sporten, om mee naar de film te gaan, om samen te gaan eten of naar een pretpark te gaan. En toch. Toch knaagt er iets. Toch voel ik me in die grote mensenzee veel te vaak eenzaam en alleen.
Ik weet niet (meer) welke betekenis ik voor mensen heb. Niet dat mensen me niet waarderen. Dat doen ze wel. Denk ik toch. Ze zijn blij en dankbaar als ik iets voor hen doe, al dan niet professioneel. En ze willen me helpen als ik hulp nodig heb. Maar ik weet niet wat ik voor hen beteken. Gewoon als persoon. Om wie ik ben. Niet om wat ik doe. Ik heb niet (meer) of te weinig het gevoel dat mensen blij met me zijn, het fijn vinden dat ik er ben, dat ik erbij ben, dat ze me opzoeken, gewoon omdat ze dat fijn vinden, ‘to have a good time’.
Ik mis zielsverwanten. Mensen die begrijpen wat ik voel, die überhaupt zien dàt ik voel. De laatste weken heb ik de tranen vaak voelen prikken omdat mensen die niet eens zo dicht bij me staan, iets zeiden waaruit bleek dat ze zich konden voorstellen wat ik voelde, omdat ze warm en lief voor me waren, omdat ik een soort troost van hen voelde uitgaan. Maar dat zijn dan zo’n korte momenten, dat is zo vluchtig, omdat de band met die mensen ook niet zo innig is dat er verder iets mee gebeurt. Bovendien weet ik niet of ik dat wel wil of kan, en vooral of zij dat wel willen.
Mensen denken dat ik hard en taai en sterk en kritisch ben. Ik ben dat ook. Maar er is ook een andere kant. Een kant die weinigen (willen? kunnen?) zien, denk ik. We stoppen elkaar zo graag in een hokje. Ik doe dat ook. En ik weet dat ik in een hokje word gestopt waar ik eigenlijk niet in wil zitten. Omdat het niet helemaal klopt, omdat mensen denken dat alleen dat er maar is. Mensen zien mijn kant niet die geraakt wordt door ongeveer alles. Er gaat geen dag voorbij of ik voel pijn. Ik voel pijn om onrechtvaardigheid – en zo is er nogal wat in de wereld -, om het verdriet van anderen – en ik hoor en zie er nogal wat op een dag -, om oude en nieuwe kwetsuren – en die loop ik zo gemakkelijk op. Ik heb geleerd om daar mee om te gaan, dat wel. En ik wil niet anders zijn. Het is goed zoals het is. Misschien wil ik gewoon dat anderen zien dat dat stukje er ook is. Misschien wil ik dat ze het hele plaatje zien. En dat volledige plaatje de moeite waard vinden.
Soms denk ik dat ik gewoon te veel verwacht. Iemand die voelt, denkt, handelt zoals ik. Die zonder woorden begrijpt wat ik bedoel. Dat bestaat natuurlijk niet. Maar misschien is het dat wat pijn doet, weten dat je maar zelden ervaart dat iemand meteen aanvoelt hoe je denkt en voelt. En iets zegt waaruit dat blijkt. Als ik erover nadenk zijn het die momenten die me de laatste maanden aan het huilen (of bijna) brachten. Een woord, een zin waaruit bleek dat iemand aanvoelde wat ik voelde of dacht. Dat iemand mijn verdriet, mijn pijn, mijn kwetsuren zag.
Misschien is het dat wat knaagt. Dat ik niet langer alleen maar als sterk en hard en ad rem wil worden gezien, niet als degene die het altijd wel weet, altijd wel een antwoord klaar heeft, altijd volhoudt, zich van niets en niemand iets aantrekt, voor iedereen en alles zal zorgen, maar ook als warm en gevoelig en kwetsbaar, als iemand die zelf ook zorg en koestering en veel warmte nodig heeft.
Ik heb het gevoel dat wij geen gemakkelijk leven hebben. In zekere zin. Materieel komen we natuurlijk niets tekort. Integendeel. En het zit ons op vele vlakken mee. Meer dan veel andere mensen. Dat weet ik wel. Maar we moeten altijd wel ergens strijd voor voeren, voor de kinderen dan. Vooral het schoolsysteem is een harde noot om te kraken. Vermoeiend. En soms ook pijnlijk. Dat is een eenzame strijd, heb ik gemerkt. Want mensen hebben daar verschillende ideeën over, voeden hun kinderen verschillend op, hebben andere kinderen dan wij. Gelukkige zitten manlief en ik op dezelfde golflengte. Maar dat neemt niet weg dat de voortdurende strijd vermoeiend is. Ik ben blij dat het nu vakantie is. Ik heb ook nu pas gemerkt hoe vermoeiend die dagelijkse strijd is, hoeveel dat schoolsysteem van me vergt, hoe zwaar het op ons weegt om onze kinderen daar te doen inpassen en hen op een gezonde en positieve manier te laten groeien en zich te laten ontwikkelen. Ook dat raakt me. En heeft veel onrust gegeven. En heeft me ontzettend moe gemaakt en nog kwetsbaarder dan anders. Dat maakt dat ik veel troost en zorg en warmte nodig had, maar als mensen niet zien hoe dat aan je vreet en je zegt het hen niet, of ze begrijpen het toch niet helemaal als je het hen vertelt, krijg je die zorg en troost natuurlijk ook niet. Ook dat geeft eenzaamheid.
Eigenlijk komt het er op neer dat het een vermoeiend jaar is geweest, met niet altijd evenveel perspectief, waarin ik veel behoefte heb gehad aan een soort koesterende warmte, die ik weliswaar af en toe gevoeld heb en die me dan goed deed, maar die ik ook heel dikwijls gemist heb. Altijd sterk zijn. Ik kan het niet. Ik ben het niet. Wil het ook niet zijn. Ik wil ook niet altijd vechten. Ik wil soms dat iemand voor mij vecht, voor mij zorgt, het van ons overneemt. Misschien moet ik me optrekken aan de momenten waarop dat gebeurt en daar gewoon dankbaar en tevreden mee zijn.

h1

Onrust

30 juni 2014

Hier zit ik weer. Staren naar een wit blad, willen schrijven en de woorden niet vinden. In mijn hoofd komen ze wel, op papier niet. Praten lukt ook niet goed, met niemand. Ik praat wel, maar zeg niets wezenlijks. Ik praat, slaap, eet, lach, werk, functioneer. Ik doe mee. En intussen wringt er iets, lijk ik al maanden te worstelen met iets, maar ik weet niet goed met wat. De gedachten tuimelen door mijn hoofd, mijn gevoelens wisselen te snel en te vaak. De stabiliteit is zoek. Onrust, dat is wat ik voel.  Geen blije, opgewonden onrust, maar irritante, vermoeiende onrust. Ik geloof dat ik het stilaan beu word, dat ik stilaan moe word van mezelf. Tijd om orde in de chaos te scheppen en dit zwalpende schip weer op de juiste koers te krijgen. Niet voor het eerst trouwens. Ik herken dit fenomeen wel bij mezelf. Misschien moet ik weer wat meer gaan schrijven om zo de juiste weg te vinden?

h1

Ravage

1 juni 2014

Ik zit hier naar mijn scherm te staren. Probeer een essay van 5 blz. (gelukkig maar 5 blz.) te schrijven (opdracht binnen de banaba die ik dit jaar volg), maar de woorden komen moeilijk. Mijn gedachten dwalen voortdurend af naar het onvoorstelbare dat afgelopen maandag gebeurd is. Wat een hele gemeenschap onderuit haalde. Ik heb in jaren niet meer zoveel tranen gezien en zelf vergoten. Luisteren, troosten, zoeken naar de juiste woorden, zelf getroost worden. Zoeken naar een verklaring, een uitleg, de puzzelstukjes leggen en toch altijd gaten blijven zien.  Nu, 6 dagen later, zit ik tussen de brokstukken te kijken naar wat zijn beslissing aangericht heeft, zonder dat hij het zo bedoeld heeft. Hij wou zijn pijn niet meer voelen. Denk ik. Dacht dat we beter af zouden zijn zonder hem. Denk ik. Dacht dat het nooit meer goed zou komen. Denk ik. Zijn keuze heeft zoveel mensen verenigd in verdriet. We waren met zovelen om afscheid van hem te nemen. Meer dan hij ooit had kunnen denken. En daar gaat enorm veel troost van uit.
Maar nu? Het leven gaat voort, zeggen ze dan. Dat zal wel. Maar hoe? Ik zie de rauwe wonden en ik weet dat die zullen helen. Maar het litteken op onze ziel blijft. En weten dat zoveel mensen die me dierbaar zijn met dat litteken voort moeten, doet me nog het meest pijn. Verdriet dat nooit meer helemaal weg gaat. Getekend zijn door iets dat nooit had mogen gebeuren. Net als iedereen zou ik zo graag de klok terugdraaien. Zo graag. Maar dat kan niet.
Het is zo zonde. Zo vreselijk zonde.

h1

Ontaarde moeder

24 april 2014

Wat ik vandaag uitgestoken heb, slaat alles. Te genant om op goed-nieuws-show-en-zie-eens-hoe-leuk-ik-ben-Facebook te zetten.
Zoonlief ging vandaag op excursie naar Gent. Om 19 uur was hij nog niet thuis en ik begon me af te vragen hoe laat hij thuis zou zijn. Even checken op de website van de school en daar stond dat de excursie doorging op donderdag én vrijdag. Twéé dagen! Hoe had dat me kunnen ontgaan? Wist hij dit eigenlijk zelf wel? Snel naar boven. Tandenborstel stond nog in de houder. Bitje voor zijn tanden lag op zijn nachtkastje. Nee dus. Wat een ontaarde moeder ben ik, dacht ik. Twee minuten later telefoon. Van een vader van een klasgenoot. Waar onze zonen bleven. Ik zei hem dat ze volgens mij op tweedaagse waren, maar voelde al dat er iets niet klopte. De klasgenoot is namelijk heel punctueel, altijd met alles in orde. Net als zijn moeder. Dus dat kon niet dat die evenmin zou weten dat het een tweedaagse uitstap was. Dus een hulplijn gebeld, met de genante vraag of onze jongens nu 1 of 2 dagen op excursie waren. Haar zoon was niet eens op excursie… Wat bleek: een deel van het jaar was vandaag weg, het andere deel gaat morgen. Wat ik had moeten weten, want eerder deze week had ik een brief zien passeren met het nieuws dat zoonlief morgen een dag relatievorming heeft. Op school en niet in Gent welteverstaan. Intussen is hij thuis. En voel ik me een ontaarde moeder. Nog erger dan toen ik vorige zondag op skivakantie vaststelde dat dochterlief een ski-jas mee had die 3 maten te klein was. Ze had die thuis gepast en gezegd dat hij nog paste. En ik, ontaarde en gemakzuchtige moeder, had dat niet gecontroleerd. Ja, sommige dingen horen hier. En niet op Facebook.

h1

Winter

6 april 2014

Het was een lange, stille winter. Een winter waarin ik me voortdurend wilde terugplooien op mezelf, manlief en de kinderen. Een winter waarin ik behoefte had aan rust, vooral vanbinnen, in mijn hoofd en in mijn hart. Een winter waarin ik mensen beu was, nieuwe horizonten wou opzoeken, verandering en nieuwe uitdagingen wou. Dat gevoel komt om de zoveel jaar bovendrijven. Ik voel me dan vervreemd van ongeveer iedereen om me heen. De meeste mensen rondom me lijken net niet op zoek te zijn naar verandering en nieuwe uitdagingen, integendeel, ze houden zo te zien vooral van meer van hetzelfde en zijn met de jaren o zo voorspelbaar geworden. Waar natuurlijk niets mis mee is, zeker niet. Alleen, het maakt dat ik me vaak een raar wezen voel, zo anders dan de anderen. Zo eenzaam ook.
Gelukkig kwam toen de lente. De zon lijkt me ook vanbinnen te verwarmen en lijkt weer wat rust te brengen. Licht in de duisternis blijkt eens te meer een goed gekozen naam te zijn.

h1

‘s Morgens aan de ontbijttafel

26 maart 2014

Hoe zou dat gaan, op een dag als vandaag, zo ‘s morgens aan de ontbijttafel bij de koning?
“Papa, waar moet je vandaag naartoe?”
“Naar Waregem.”
“Met wie?”
“Met Elio di Rupo. En met president Obama.”
“President Obama?! De president van Amerika?!”
“Ja, die.”
“Ohhh, papa, mag ik mee? Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft?”
“Nee, Elisabeth, dat gaat niet. Maar later, als je groot bent, zal je als kroonprinses heel veel belangrijke mensen kunnen ontmoeten. En als koningin nog veel meer. Wie je maar wilt.”
“Ik ook, papa?”
“Nee, jij niet, Gabriel.”

Ik zie het me hier al zeggen tegen de oudste: “Jij zal later Vincent Kompany kunnen ontmoeten. En al je idolen. Wie je maar wilt.” En tegen de andere kinderen: “Nee, jullie niet.” Je zou je van minder gedeprimeerd en minderwaardig gaan voelen.

h1

Euthanasie bij kinderen – aanvulling

14 februari 2014

Als u geen abonnement op De Standaard hebt, zult u dit artikel allicht niet volledig kunnen lezen. Maar dit is exact wat ik bedoelde in mijn stukje een paar dagen geleden. (Ik merk dat het volledige artikel voor iedereen hier te lezen is.) Meer heb ik daar niet aan toe te voegen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 31 andere volgers